Wie in en rond de voormalige Abdij Mariënkroon om zich heen kijkt, wordt getroffen door de keramiek van pater en keramist Raymundus van Kessel (1918-1997). Zijn bijzondere keramische objecten zijn in heel Nederland te bewonderen.

Door Hans van den Eeden

In, op en rond de voormalige Abdij Mariënkroon in Nieuwkuijk kun je niet om het werk van pater Raymundus van Kessel heen. Vlak bij de entree word je aan de gevel al getroffen door een groot kleurrijk verticaal reliëf. Dat geldt ook voor de binnenruimtes en de kapel. Wie was Raymundus van Kessel en wat is zijn betekenis? Van Kessel kwam uit een goedgelovig rooms-katholiek gezin en woonde in Empel-Meerwijk. Iedere dag ging hij aan de ‘andere kant van de Maas’ naar de vroegmis in Hedel. Zijn vader was fortwachter van Fort Crèvecoeur in Empel. In de sfeer van de roomse traditie was het vanzelfsprekend dat hij – net als zijn oudste broer – priester zou worden. Als 12-jarige vertrok hij daarom naar het kleinseminarie Sparrendaal in Vught. Op 21-jarige leeftijd trad hij in bij de paters cisterciënzers van de Abdij Mariënkroon in Nieuwkuijk. Hij zou hier tot zijn overlijden in 1997 blijven wonen. In augustus 1945 werd hij tot priester gewijd. Ook was hij in de abdij religieus actief. Als leraar Latijn verzorgde hij lessen op de kloosterschool.

Talent

Raymundus van Kessel had veel creatieve talenten. Het resultaat waren zijn tekeningen en illustraties voor tijdschriften en boeken. Deze werden door de kloosteruitgeverij uitgegeven en in de eigen drukkerij gedrukt. Een voorbeeld is het ‘Bernardus Tijdschrift’. Van Kessel had een brede belangstelling. Zo verdiepte hij zich in mandenvlechten en tal van heemkundige onderwerpen. Resultaten hiervan zijn nog in oude jaargangen van het blad van de Heemkundekring van Onsenoort ‘Met Gansen Trou’ te lezen. Maar de eerwaarde pater wilde en kon meer. Toen hij de glibberige klei eenmaal gevoeld had, was het raak. Zijn passie, zoals het draaien van potten en het maken van keramische objecten, liet hem niet meer los. Dat gold ook voor verschillende soorten klei, glazuren, technieken en het stoken van de oven. De kloostergemeenschap gaf hem de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. Maar hij wilde ook graag zijn vaardigheden via lessen pottenbakken delen. Een cursus met een groepje vrouwen werd een groot succes.

Autodidact

Ondanks dat hij autodidact was, ontwikkelde hij zich tot een gewaardeerd kunstenaar met veel talent. In een van de kelders aan de zijkant van de abdij werd een atelier gerealiseerd en een oven aangeschaft. Bijna dagelijks was hij bezig met klei, glazuren, experimenteren en het op hoge temperaturen stoken van de oven. Aanvankelijk waren het religieuze thema’s. Voor het maken van schalen, vazen en gevelreliëfs draaide hij letterlijk zijn hand er niet voor om. Zijn objecten gaf hij vanaf het begin thema’s. Voorbeelden zijn: ‘De Wonderbare Visvangst’, O.L.V. van Onsenoort, de Heemskinderen, Sinterklaas, Sint Beatrijs, verliefd paardje, De Vredesduif en de legende van St. Brandanus en Sint Lugardus. Ook kreeg hij opdrachten van particulieren, kerken en instanties. Bijzonder aan zijn vaak kleurrijke werk is de optimistische en positieve toonzetting. Inspirerend is dat zijn keramische werk zowel verhalend als actueel is. Wie goed naar zijn werk kijkt, wordt geraakt door de mix van magie en realisme. Kortom, zijn versieringen ondersteunden de sfeer van magische bloemen. Ook de kleurzetting is bijzonder, in goede verhouding en contemplatief.

Bokhoven

Dat viel ook kunsthistorica Jana Waarts op. “Zijn werken doen naïef aan, maar bezitten een buitengewoon expressieve kracht. Ze zijn bijna allemaal optimistisch en levensecht van geest. Verder worden ze vaak gekenmerkt door motieven uit zijn dagelijks leven en belichamen puurheid, schoonheid en harmonie”, aldus Waarts. Door de kwaliteit, de gevarieerdheid en de belangstelling kreeg het werk van Raymundus van Kessel vleugels. Dat gold ook voor de gerestaureerde kapel van de St. Janskerk in Waalwijk. Verschillende keramische wandreliëfs sieren de wanden van de kapel. Ook op het Driekoningenplein in Bokhoven herinnert een keramisch object aan een gevel aan het werk van Van Kessel. Het gaat hier om de Drie Koningen: Caspar, Melchior en Balthasar. Omdat daar familie van hem woonde, had hij een speciale band met Bokhoven. Graag tufte hij met zijn brommertje naar het St. Cornelisdorp toe. Aanvankelijk moesten kinderen hem ‘heeroom’ noemen. Later werd dit ‘Ome Gerard’. In de abdij had hij voor belangstellenden een kleine expositieruimte. Met een referentie naar het verleden is het atelier van pater Raymundus van Kessel nog in gebruik. Daar worden in samenwerking met de Focolarebeweging sinds 1998 creatieve activiteiten ondernomen.

Bronnen: BHIC, HKK Onsenoort en Jan van Bree en Maria Van Bree-Maas.