Wist u dat de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen maar liefst 241 jaar geleden op de rails is gezet door de Lutherse predikant Jan Nieuwenhuyzen, een vooraanstaand Haarlemmer die eerder een drukkerij en een boekwinkel bezat? En dat het Departement van het Nut in de gemeente Heusden in 1819 is opgezet door predikant Pape sr? Wat voor mensen waren die oprichters en had het wel nut wat zij tot stand brachten. En wat doet het bestuur van het huidige Nut in deze gemeente? In twee afleveringen krijgt u het complete antwoord.
Door Geke van de Merwe
Jan Nieuwenhuyzen (1724-1806) was een vooraanstaand, sociaal en ondernemend mens. Dat blijkt alleen al uit zijn loopbaan. Hij volgde als jongeman de opleiding voor boekdrukker, opende een boekwinkel in zijn geboorteplaats Haarlem en sloot zich daar in 1743 aan bij het boekdrukkersgilde. Jaren later veranderde hij van richting door het volgen van een opleiding aan het doopsgezind seminarium in Amsterdam.
In 1758 verkocht Nieuwenhuyzen zijn boekwinkel en drukkerij in Haarlem en werd predikant in Middelharnis. Vervolgens stond hij in Aardenburg op de kansel. Hij eindigde als ‘herder en leraar’ van de Doopsgezinde Gemeente in Monnickendam. In de Grote Kerk daar bevindt zich het grafgedenkteken voor Nieuwenhuyzen. In Edam is een plein naar hem vernoemd. Jan Nieuwenhuyzen was getrouwd met Gezina Wijnalda. Zij hadden drie kinderen: twee zonen en een dochter. Bij zijn dood leefde alleen hun dochter Margaretha nog.
Verlichting
Nieuwenhuyzen was een sterk sociaal betrokken man, getroffen door de idealen van de Verlichting, ook wel de Eeuw van de Rede genoemd. Dat was een cultureel-filosofische en intellectuele stroming in Europa die ruwweg samenviel met de 18e eeuw. Er vormde zich een culturele beweging van intellectuelen, die zich ten doel stelden het gebruik van de rede en het filosoferen te bevorderen. Dit bracht Jan Nieuwenhuyzen ertoe in een gespreksgroep een plan te opperen om een genootschap te stichten voor volksontwikkeling. Zijn zoon Martinus, geneesheer in Edam, werkte zijn vaders plan concreet uit en zo werd in diens huis op 16 november 1784 het Genootschap van Kunsten en Wetenschappen opgericht onder de zinspreuk Tot Nut van ’t Algemeen. Het doel was de bevolking breed te ondersteunen op tal van terreinen. De oprichting van Nutsspaarbanken, Nutsbibliotheken en Nutsscholen zijn daarvan de bekendste voorbeelden.
Dominee Pape.
Heusden
De Maatschappij is opgedeeld in plaatselijke afdelingen, genaamd departementen. In 1970 telde de Maatschappij nog 312 departementen. Nu zijn dat er nog 57. De initiatiefnemers van de lokale afdelingen waren overwegend vooraanstaande burgers, onder wie predikanten. In het stadje Heusden tilde ds. Pape sr. in 1819 een afdeling van de grond. Ook hier was de opzet het maatschappelijk en cultureel welzijn van de mens in het algemeen en de gemeenschap in het bijzonder te bevorderen. Tevens ging de Maatschappij uit van dienstbaarheid aan de medemens, onafhankelijkheid van enige groepering van levensbeschouwelijke, politieke of economische aard.
Carel Willem Pape (1788=1872) was de oudste zoon van een Duitse immigrant, grossier en slijter in wijnen, sterke drank en bier en de vader van zeven zonen en twee dochters. Pape volgde de Latijnse school in Breda en in de jaren 1806-1811 studeerde hij theologie in Leiden. Vier jaar nadien werd hij predikant van de Hervormde Gemeente Heusden-Oudheusden-Herpt. Hij diende deze gemeente tot zijn emeritaat in 1851 en werd opgevolgd door zijn zoon ds. Carel Johannes Frederik, die in Heusden al in 1837 als hulppredikant beroepen was.
Tijdens de studentenjaren van vader Pape was sprake van een heersende theologische stroming, het rationalistisch-supranaturalisme. Hij werd daar sterk door beïnvloed. Men probeerde in deze theologische stroming de verworvenheden van de Verlichting te combineren met een kern van de orthodoxe traditie. Het sleutelbegrip in Pape's theologie en prediking was ‘de liefde’. Met name de liefde van God voor de mensen, de liefde van de mensen jegens God en de liefde tussen de mensen onderling. Naast dit sleutelbegrip benadrukte hij sterk het principe dat alleen de Bijbel en niet de menselijke belijdenisgeschriften het richtsnoer voor ons denken en handelen moest zijn. Opvallend was zijn verering voor de apostel Paulus. Hij vergeleek zichzelf in zijn doen en laten als predikant en kerkbestuurder graag met deze apostel. De moderne theologie werd door hem fel bestreden.
