Onlangs beklom Joost van Balkom als nieuwe stadsbeiaardier de stadhuistoren van Heusden. De telg uit een muzikale beiaardfamilie zet hiermee de traditie ‘klinkend erfgoed’ voort. Als introductie strooide hij vrolijke noten over de vesting uit. Naast Heusden bespeelt hij ook het carillon van de Lambertuskerk in Drunen.
Door Hans van den Eeden
Tijdens een interview met de 64-jarige Joost van Balkom uit Engelen straalt de bevlogenheid van het bespelen van een carillon ervan af. Zo speelde hij op carnavalszaterdag een repertoire met vrolijke carnavalsmuziek. In de toekomst zal Heusden verrast worden met herkenbare volksmuziek, zoals ‘Toen Hertog Jan kwam varen’. Naast stadsbeiaardier in Heusden is hij ook hoog in de toren van de Lambertuskerk in Drunen actief. Dat geldt ook voor de Monumentale St. Jan en het stadhuis in Den Bosch. Duidelijk is dat muziek volledig in zijn genen zit. Dit wordt door zijn opleidingen aan conservatoria in Den Haag (KC), Tilburg (BC) en Douai (Frankrijk) en zijn familiegeschiedenis gevoed. Verder is hij een gewaardeerd klarinet en saxofoon speler. Ook is hij actief bij het geven van muzieklessen. Tevens is hij als motor betrokken bij activiteiten op het gebied van kunst en cultuur. Een voorbeeld is het Jacob van Eyckfestval, dat in september 2023 in Den Bosch, Heusden en Drunen is gehouden. Internationaal vermaarde musici, zoals beiaardiers en
blokfluitspelers, leverden op kwalitatief hoog niveau hier een bijdrage aan. “Met plezier kijken we vanuit de Bossche Beiaardstichting hierop terug.” De in Heusden rond 1590 geboren blinde stadsbeiaardier en componist Jacob van Eyck is onlosmakelijk met het Heusdense carillon en het blokfluitspel verbonden.
Internationaal vermaard
Halverwege de zeventiende eeuw was het klokkenspel van de vesting internationaal al vermaard. Van Eyck heeft grote verdiensten voor het blokfluitspel. In Heusden werd tijdens de nacht van 4 op 5 november 1944 het stadscarillon van het historische stadhuis verwoest. Het was het gevolg van het opblazen van het stadhuis door de Duitse bezetter. Een gevolg hiervan was, dat, na de opening van het nieuwe stadhuis in 1979, slechts 1 procent van de stukken op het carillon gespeeld kon worden. Na de restauratie van het carillon kreeg Heusden de muzikale ziel van de vesting terug.
Gedreven vertelt Van Balkom, dat het carillon een bijzonder muzikaal klokkeninstrument is, dat via een klavier bespeeld wordt. De klokken zijn zo opgehangen, dat ze bij het spelen harmonieus klinken. Daardoor kunnen ook halve noten worden gespeeld. Het wordt bespeeld met een klavier met houten ‘stokken’ en pedalen. Deze zijn weer op de klepels aangesloten.
‘Tamme Engelen’
De zwaarste bronzen klok in Heusden weegt 200 kilo. Dit in tegenstelling tot de klok van het carillon van de St. Jan: deze weegt 5.5 ton. De carillons in Heusden en Drunen tellen ieder 48 klokken. Het Heusdense carillon is via een smalle trap boven het stadhuis moeilijk bereikbaar. Eenmaal boven gaat Van Balkom – opvolger van Peter Bremer - helemaal los. De vergelijking met Jacob van Eyck is terecht. Zijn spel werd indertijd omschreven als ‘tamme engelen, die zich in de bomen van de Heusdense gracht neerlieten’. Vermakelijk zijn de ruitertjes van het carillon, die bij het slaan van de klok om het halve uur ‘een luchtje komen scheppen’. Het carillon in de toren van de Lambertuskerk In Drunen is een cadeau van de Lipsfabriek aan de bevolking van Drunen. Van Balkom vertelt dat een carillon een vorm is van ‘klinkend erfgoed’. Verder is het leuk en bijzonder, dat je vanuit de toren mensen kan zien lopen. Soms blijven mensen staan om te luisteren.
Herdenking
Van Balkom is zich bewust van het verleden, maar wil ook in de toekomst kijken. Hij wil vanuit zijn positie graag een bijdrage leveren aan bijzondere evenementen en herdenkingen. Een voorbeeld is de aanstaande herdenking van de stadhuisramp op 4 november tachtig jaar geleden. Bekend in Heusden is het gedicht van Harry Pol ‘Mijn carillon is dood’, dat hij na het opblazen van het stadhuis in 1944 schreef. Tachtig jaar na de bevrijding door de Schotten is het carillon al lang weer springlevend. Bij herdenken hoort nadrukkelijk ook vooruitkijken. Wat zou het mooi zijn als het carillon symbolisch bij de herdenking hierin een rol kan spelen. “Indien gewenst wil ik hier graag mijn medewerking aan verlenen.” Van Balkom strooit om de 14 dagen zijn muzikale noten over de vesting en Drunen uit. Het luisteren naar een carillon is een bijzonder openlucht concert waarvoor je met een glimlach de ramen en deuren open zet.
