Tijdens het Joannes De Kock-debat in Heusden-Vesting stond de betekenis van de patriottische revolutie voor onze huidige democratie centraal. Zo’n 45 belangstellenden namen afgelopen donderdagavond 8 oktober deel aan het Joannes De Kock debat over democratie in Heusden.

Na een welkomstwoord door Peter Verboven, voorzitter van Stichting De Moriaan, ging socioloog Hugo Swinnen in gesprek met historicus Joost Rosendaal, hoogleraar Geschiedenis van de Politieke Cultuur in Nijmegen.

Joannes Conradus De Kock werd in 1756 in Heusden geboren in een regentenfamilie. Na zijn rechtenstudie in Leiden ontwikkelde hij zich, mede onder invloed van de Verlichting, tot een overtuigd patriot. In 1787 kreeg Heusden dankzij de patriotten een voor die tijd revolutionair gekozen stadsbestuur.

Bedoeling van de avond was om te bezien of de patriottische revolutie aan het eind van de achttiende eeuw ook nu nog betekenis heeft.

Joost Rosendaal was al vanaf de middelbare school in Waalwijk geïnteresseerd in de strijd van de patriotten tegen de orangisten en schreef er zijn doctoraalscriptie over. Heusden behoorde in de 18e eeuw nog tot het gewest Holland en bestuurders werden traditioneel uit regentenfamilies voorgedragen om te worden benoemd door de stadhouder, die een autoritair bewind voerde. In heel Holland en ook in de andere gewesten van de Republiek kwam daar protest tegen.

Media en polarisatie

Hoe kon dat protest zich in die tijd zo snel en vlot verspreiden, was een vraag uit het publiek. Tegen het eind van de achttiende eeuw was er een ruime beschikbaarheid van geschreven media: kranten, pamfletten, spotprenten. En er was minder censuur in Nederland dan in andere landen, onder meer omdat de Nederlandse gewesten veel minder centralistische wetgeving en handhaving kenden.

Het protest leidde in die periode tot verregaande polarisatie en radicalisering, via patriottische leesgenootschappen tot en met exercitiegenootschappen. Hoe de ruime beschikbaarheid van (sociale) media de mogelijkheden vergroot tot beïnvloeding van de publieke opinie is ook in onze tijd goed merkbaar, aldus Rosendaal. Dat de waarheid daarbij niet altijd voorop stond (en staat) laten de aanvallen over en weer tussen de patriotten en de orangisten zien. Patriotten werden voorgesteld als Keeshonden of ezels, terwijl stadhouder Willem werd afgebeeld als een liederlijke dronken Dionysos of een varken. Ook toen al ging men ervan uit dat er altijd wel iets van (al of niet terechte) beschuldigingen blijft hangen, als je ze maar vaak genoeg herhaalt.

Rosendaal wijst ook nog op het verzet vanuit de andere gewesten tegen het centralisme van Holland, het gebrek aan inspraak van de kleinere steden en dorpen en het ongenoegen van de boeren, die wel belasting betalen, maar zich niet vertegenwoordigd weten in het bestuur.

De verkiezing van het stadsbestuur door alle volwassen mannen van Heusden in januari 1787 was dan ook een duidelijke revolutionaire actie.

Een gekozen bestuur en bescherming van grondrechten

De patriotten wilden transparantie van het bestuur en van de besteding van de belastingen, er moesten integere bestuurders komen, minderheden (toen bv. de katholieken) dienden beschermd te worden en inspraak te krijgen. Om dat te realiseren moesten alle (mannelijke) burgers het lokale bestuur kunnen kiezen.

In feite ging het de patriotten om een 'grondwettige herstelling', om het respecteren van grondrechten dus. De Kock had ook meegeschreven aan de Rechten van de Mensen, die later mede aan de grondslag zouden liggen van de Verklaring van de Rechten van de Mens tijdens de Franse revolutie. Bestuurders dienden dus de wet en de grondrechten van eenieder te respecteren. Ook dit is een kwestie met actualiteitswaarde: heeft de meerderheid het onbeperkt voor het zeggen of niet?

Van revolutie naar de guillotine

Dat de geschiedenis een verhaal van ups en downs is, laat ook het vervolg van het verhaal en van het leven van Joannes De Kock zien. De patriotten, die in de lente van 1787 steeds meer terrein veroverden, werden in september 1787, met behulp van een groot Pruisisch leger verslagen en voor een belangrijk deel verdreven. Velen vluchtten naar Frankrijk. Ook Joannes De Kock. Over die periode schreef Rosendaal zijn proefschrift dat gepubliceerd werd met als titel: Bataven. De Kock’s betrokkenheid bij de Franse Revolutie eindigde voor hem in 1794 na een schijnproces onder de guillotine.

Een vergeten hoofdstuk

Vanuit het publiek kwam ook nog de vraag hoe het komt dat die hele periode van de patriotten nauwelijks aandacht krijgt in de Nederlandse geschiedenisboeken. Volgens Rosendaal heeft dat alles te maken met het belang van legitimering van het huis van Oranje en de natievorming in de negentiende eeuw. Pas na de tweede wereldoorlog ontstond er gaandeweg ruimte voor een bredere kijk op de vaderlandse geschiedenis.

Het debat maakte duidelijk dat de strijd van Joannes De Kock niet alleen een verhaal uit het verleden is. Transparant bestuur, democratische inspraak, grondrechten en bescherming van minderheden blijven onderwerpen die ook vandaag van groot belang zijn.