Op vrijdag 5 juni verandert Lokaal 23 in Heusden vanaf 19.00 uur in een sfeervolle plek vol bloemen, muziek en gezelligheid. Er wordt met een knipoog een ode gebracht aan de ‘hippietijd’. Het wordt een avond om mee te swingen en te zingen. En vooral met sterke verhalen en om eigen ervaringen te delen.

Door Hans van den Eeden

Wie vrijdagavond het Flowerpowerfeest bezoekt zet een stap terug in de tijd. De sfeer van deze dynamische jaren van ‘weetjewel’, ‘wauw’ en ‘te gek man’ verwijst ondubbelzinnig naar ‘Bram van de Commune’. Het is een act van Paul van Vliet in 1971, die via google te bekijken is. Deze cabaretier verwoordt ondubbelzinnig het gevoel van flowerpower, woodstock, Dolle mina, de hippietijd en de Kaboutertijd. Dat geldt ook voor de Brabantse groep ‘R.K De Veulpoepers’, die Noord-Brabant op zijn kop zette. Veel ‘oudere jongeren’ denken met nostalgie terug aan deze jaren. Er is een duidelijke samenhang tussen de jaren 50,60,70 en 80. Om deze te begrijpen moet men terug gaan naar de jaren vijftig. Het was tijdens deze naoorlogse jaren een periode van eenvoud en wederopbouw. Veel katholieke gezinnen waren groot. Deze gezinnen met soms wel 13 kinderen staan bekend als XXXL. In deze gezinnen voedden de kinderen elkaar op. Properheid, gezag voor kerk en overheid waren hierbij in deze periode sleutelwoorden. Dit werd door de sterk verzuilde samenleving versterkt. Veel Heusdenaren herinneren zich nog ‘de teil’. Sensationeel was de komst van de zwart-wit televisie. Veel kinderen gingen hiervoor naar de buren. Dit om programma’s als Pipo de Clown en Zwiebertje te bekijken. Plotseling leek alles tegelijk te veranderen. Nederland en haar jongeren kwamen op stoom. Door deze vrijheid ontploften cultureel met name de babyboomers. De waarden en normen gingen op de schop.

Hippie kijkt de toekomst in.

Hippie kijkt de toekomst in.

Haardracht

Er kwam jazzmuziek uit Amerika overgewaaid en de rock en roll muziek deed haar intrede. Met elan zochten jeugd en jongeren naar een nieuwe toekomst. Nozems, provo’s en hippies negeerden met een glimlach het wettelijk gezag. Studenten en werkende jongeren lieten via acties van zich horen. De haardracht voor jongens was lang. Met een lintje werd dit vaak vastgehouden. Dat gold ook voor militairen die onder het motto ‘Beter langharig dan kortzichtig’ de haren tot over de schouders droegen. Het dragen van lange baarden was de norm. Ook de 2CV met gordijntjes was populair. Verder was natuurlijk het schaamtegevoel zoek. Men liep bloot op stranden en op popfestivals. De prediking van de seksuele revolutie vond overal plaats. De katholieke kerk deed haar best via ‘beatmissen’ jongeren in de kerk te houden. In 1965 bracht Wim Sonneveld met zijn act van Frater Venantius (zie internet) de katholieken tot relativering. Verder was het een periode van koude oorlog met demonstraties voor het oplossen van de woningnood. Een bekende slogan was ‘Geen woning geen kroning’. En vonden er grote Vietnamdemonstraties tegen het beleid van Nixon plaats. Voor veel mensen roepen deze jaren sentimenten op met damslapers, ludieke speelsheid en bloemen in het haar. Maar vooral: onschuld. Anno 2026 kan vastgesteld worden dat deze culturele ontploffing een reactie was van de braafheid van de jaren 50 en 60.

Woodstock

Veel mensen die binnenkort het Flowerpowerfeest in Lokaal 23 bezoeken moeten aan deze periode terugdenken. Dat geldt niet op de laatste plaats voor de Flowerpowercultuur vanaf de jaren 60. Het muziekfestival van Woodstock in 1969 was een hoogtepunt van de Flowerpowerbeweging. Het kreeg in Nederland een vervolg tijdens het Hollandse Popfestival in het Kralingse Bos. De flowerpowermensen werden ‘hippies’ genoemd. Communes en het roken van een jointje in de sfeer van ‘iet wiet waait weg’ was populair. Ze leefden vaak in communes, kraakten leegstaande woningen en rookten wiet. Verder luisterden ze naar psychedelische muziek. De musical Hair geeft als een soort monument een tijdsbeeld van deze periode. Hippies vonden dat mens en natuur in harmonie met elkaar moesten samenleven. Flowerpower drukte zich ook uit in kleding en haardracht: fleurige patronen en kleuren, haarbanden, slippers, ruw katoenen hemden, wijdvallende kleding, vaak naar Indiase snit. Maar ook juist super strakke kleding. In dezelfde tijd deden ook de minirok in 1968 en de hotpants in 1971 haar intrede. Dit om de onafhankelijkheid van vrouwen te benadrukken. In deze periode vormde naast Londen de stad Amsterdam het magisch centrum van deze nieuwe beweging. Uw journalist was getuige in de sfeer van ‘weetjenogwel’ ‘ Wauw’ en te-gek-man-‘ van deze boeiende periode.

Nadere informatie: www.lokaal23.nl.

Met dank aan de Stichting Lyra.