Wanneer iemand tot priester gewijd werd, was het vroeger groot feest voor de familie en het hele dorp. De harmonie, het gilde en de rest van het dorp liepen uit voor hun dorpsgenoot. Boerenzoon Tiny Muskens uit Elshout groeide in de katholieke kerk uit tot een fenomeen met als bekroning zijn benoeming tot bisschop in 1994.
Soekarno
Na zijn studiereis van een jaar door landen als Thailand, Pakistan en met name Indonesië, keerde Muskens terug naar Nederland. Het is dan 1968. Het onderwerp van zijn proefschrift stond vast: Indonesië. 'Ik raakte bezeten van dat land en wilde er alles over lezen en daartoe ging ik een paar keer per week met de trein naar Leiden. In het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde waren de beste bronnen voor mijn studie te vinden. Fascinerend vond ik dat de kleine katholieke gemeenschap in dat Aziatische land overeind wist te blijven te midden van de grote islamitische bevolkingsgroep. Nadat Soekarno na de Tweede Wereldoorlog aan de macht kwam, maakte het land grote sprongen voorwaarts: een landelijk elektriciteitsnet, toegankelijk onderwijs, grotere rijstoogst. In 1959 werden alle Nederlanders het land uitgewezen. Tien jaar later haalde ik mijn bul. Ik kreeg het verzoek van de Indonesische bisschoppen of ik in Jakarta wilde komen werken. Lang hoefde ik daar niet over na te denken.'
Soekarno, de eerste president van Indonesië.
Geest uit de fles
'Eind jaren zestig veranderde er veel in de wereld. Ik wilde niet alleen een boekenwurm zijn maar verdiepte me in wereldwijde studentenopstanden en wilde het verzet begrijpen tegen de oorlog in Vietnam. In 1970 reisde ik af naar Indonesië waar ik zeven jaar zou verblijven. Ik liet Nederland achter waar katholieken fel in discussie met elkaar gingen over het celibaat en de vrouw in het ambt. Nederland liep in de ogen van het Vaticaan te ver voor de troepen uit. Om de geest weer in de fles te krijgen werd Simonis bisschop van Rotterdam. Maar ook hij kon niet voorkomen dat veel priesters stopten en gingen trouwen. Eenmaal in Indonesië dacht ik nog dat het zo’n vaart niet zou lopen met de veranderingen in Nederland. Een vergissing zo zou later blijken. Plotseling was ik geen bezoeker meer in Indonesië die stad en land afreisde om overal indrukken op te doen. Nee, ik moest een bestaan zien op te bouwen in de drukkende hitte van het chaotische Jakarta. Geen toog aan, geen zwart pak met een wit boordje maar gewoon een broek en een shirt, zoals iedereen hier droeg.'
Kaas uit Holland
'Velen bekeken mij in Jakarta met argwaan. Waren het niet de witte mannen geweest die het land meer dan 300 jaar hadden onderdrukt? Hoe kon de gemiddelde Javaan met deze nieuwe priester communiceren, een man die de taal niet sprak? Prioriteit één: ik moest en zou die taal gaan beheersen en dat lukte. Helaas werd ik ziek en kreeg ik hoge koorts. Ik droomde veel, ijlde zelfs, een ontsteking bleek de boosdoener. Na een medische ingreep kreeg ik van de arts het advies om even geen rijst maar Hollandse kaas te eten. Daardoor viel ik op in het huis met mede-priesters die me verweten dat ik me aan het land moest aanpassen door juist wél rijst te eten. Opgenomen worden in een nieuw land bleek nog niet zo gemakkelijk.'
Het boek ‘Wees niet bang’ mogen we van de schrijver Arjan Broers als inspiratiebron voor deze rubriek gebruiken.
