In de tijd dat ik nog op de middelbare school zat, heb ik een tijdje verkering gehad met een leerling verpleegster. Regelmatig had ze avond- en nachtdienst, dus ik zag haar niet zo vaak. Vandaar dat ik haar eens een keer wilde verrassen tijdens haar avonddienst. Nu had ze mij wel eens verteld dat ze een super strenge afdelingshoofd had. Dus daar was ik al op voorbereid toen ik de lift uitstapte en de deur van haar afdeling opendeed. Of het zo moest zijn; ik liep meteen de afdelingshoofd tegen het lijf, die wilde weten wat ik daar buiten het spreekuur kwam doen. Ik zei tegen haar: "Ik kom voor Linda, ik ben haar broer."

"Wat leuk je te ontmoeten", reageerde het afdelingshoofd, met wat later bleek, gespeelde belangstelling. Ik voelde de spanning van mij afvallen totdat ze vervolgde met: “Ik ben haar moeder." Je begrijpt wel dat ik toen meteen rechtsomkeer kon maken.

Al met al, heeft de verkering toch niet zo lang standgehouden, mede vanwege haar werktijden. Wat er ook toe heeft bijgedragen is dat mijn vrienden en ik onze stapavonden meestal lieten eindigen tot in de late uurtjes. Om daarna bij ons thuis zonder schoenen vederlicht de trap op te lopen, om de slapers niet wakker te maken. Maar op een zekere dag, werd ik door mijn vader streng ondervraagd. Hij vroeg hoe laat ik de afgelopen nacht was thuisgekomen. Ik noemde toen een schappelijke tijd, waarop mijn vader antwoordde: "Hoe komen jouw schoenen dan boven op de krant van vandaag?"

Of die keer dat we na een avondje stappen, naar buiten stapten om onze fietsen van het slot te halen, maar de fiets van één van mijn vriend was verdwenen.

We reden samen op mijn fiets nog wat rond, in de hoop de fiets van mijn vriend weer terug te vinden, maar helaas zonder resultaat.

De volgende morgen gingen we samen naar het politiebureau, die toen nog in die tijd de hele dag open was, om aangifte te doen van zijn gestolen fiets.

En dan maar het beste er van hopen, dat de fiets weer snel terug gevonden zou worden.

Toen we een week later op weg naar onze stamkroeg een flat passeerden, riep mijn vriend die bij mij achter op zat plotsklaps: “Stop! Volgens mij staat daar naast de ingang van de flat mijn fiets!" Hij liep naar de fiets toe en zonder aarzelen tilde hij het achterwiel op en nam hem mee.

Bij de eerst volgende telefooncel, melde hij de politie dat hij zijn fiets weer gevonden en meegenomen had. Hij kreeg te horen van de agent dat het volgens de wet diefstal was. Alleen de politie mag de fiets meenemen en teruggeven aan de eigenaar. Hij heeft toen zijn fiets maar weer terug gezet.

De volgende dag kon hij zijn fiets ophalen op het politiebureau.

Jules Faber