"De verwarmingsthermostaat dat is nog eens een pracht uitvinding, want hij let voortdurend op jouw welbehagen. Terwijl jij met andere dingen bezig bent, denkt je verwarmingsthermostaat 'Laat ik er nu vooral voor zorgen dat die vent die daar voor de T.V. zit, het niet te warm of te koud krijgt'.

Er zijn nog maar weinig dingen die uit zichzelf voor jouw comfort zorgen. Zelfs de afstandsbediening doet dat niet. Omdat dat ding niet weet wat jij wil, moet je zelf nog op de knoppen drukken. Daarentegen weet de verwarmingsthermostaat het juist wel", zei een goede vriend van mij die nogal filosofisch is aangelegd en een sterk voorstander is van automatisering en robotisering.

Volgens hem zijn de Japanners daarin al verder dan we denken. Voor hun zijn de robots geen machines, ze zeggen er goedemorgen en goedenavond tegen en hebben ze zelfs namen gegeven. Ze geloven dat als je aardig bent tegen de robots, de robots ook aardig zijn voor jou. Er zijn zelfs robots in een fabriek in het Japanse Nagoya die zingen tijdens hun werkzaamheden. Zo zingt een transportrobot een bekend Japans lied, wat vertaald zoiets betekend als 'Ik ben een vreemde in het paradijs'. Weer een andere robot geeft een Beethoven Potpourri ten beste.

"Maar waarom zingen deze robots, tijdens hun werk", vroeg ik aan hem. "Nou, omdat de robots zich vrij kunnen bewegen in de vrijwel onbemande fabriek,

zijn ze zo geprogrammeerd dat ze hun muziek aanzetten als ze in beweging komen om de andere robots en de enige menselijke werknemer te waarschuwen voor hun komst", antwoordde hij. Eerlijk gezegd geloof ik ook wel dat de robots een steeds groter deel van ons werk zullen overnemen. Maar om ze niet als machines maar als een soort mens te behandelen, dat gaat mij toch te ver.

Onlangs heb ik in de achtertuin een tuinhuisje geplaatst. Voor dat zware sjouwwerk en het monteren, had ik misschien ook wel een robot kunnen gebruiken.

Want ik kocht een kant en klaar bouwpakket en las de bijgeleverde instructies zorgvuldig door. Na het nogmaals herlezen van de instructies en de maten te hebben gecontroleerd, had ik het schuurtje op het einde van de dag eindelijk in elkaar. Zo trots als ik was, omdat ik het helemaal alleen voor elkaar had gekregen, riep ik de buurman om mijn werk te laten zien. Hij luisterde zwijgend naar mijn toelichting en keek daarbij steeds strak naar de grond. Plots volgde ik zijn blik en las de grote zwarte letters op de vloer: 'Deze kant onder'. Precies op de plek waar al die tijd mijn gereedschapskist had gestaan.

Met een rooie kop keek ik mijn buurman aan, die schoot in de lach en ook ik kon een kleine lach niet onderdrukken. Uiteindelijk heb ik de vloer voorzien van een dunne plaat hout, waardoor de zwarte letters niet meer zichtbaar waren.

Jules Faber