Pipo

Als ik aan onze kinderen vertel dat er een tijd is geweest dat er geen televisie in huis stond, staan ze je aan te kijken alsof ze water zien branden. Maar wij babyboomers uit de jaren veertig en vijftig herinneren ons als de dag van gisteren hoe het was toen televisie nog iets bijzonders was. Het is 1959 en slechts een enkeling in onze straat heeft televisie. Mevrouw Kok zet voor ons haar deuren open als er een kinderprogramma wordt uitgezonden. Samen met meerdere kinderen uit de straat die thuis ook geen tv hebben, kijk ik met open mond naar de avonturen van Pipo de Clown. Het beeld is klein en zwart-wit maar dat deert ons niet. Dat kastje met bewegende beelden heeft iets magisch, iets wonderlijks, iets spannends. Pipo en zijn vrouw Mammeloe beleven op hun reizen door de wereld spannende avonturen. De gebrekkig Nederlands sprekende indiaan Kluk-Kluk is grappig, de circusdirecteur (gekscherend DikkeDeur genoemd) is streng maar ook een beetje dom en natuurlijk zijn daar de boeven Snuf en Snuitje. In de woonkamer van mevrouw Kok zitten we boven op elkaar om maar niets te hoeven missen van de uitzending. Een aardige omroepster spreekt persoonlijk tot ons en wij voelen ons vereerd. De dame zwaait zelfs met twee handjes naar ons als het kinderhalfuurtje voorbij is. Volgende week komt zwerver Swiebertje weer op tv en dan zijn we opnieuw bij mevrouw Kok welkom.

Dag vogels, dag bloemen, dag kinderen (sapperdeflap).

Dag vogels, dag bloemen, dag kinderen (sapperdeflap).

Dorus

Een paar huizen naast ons woont Nono en zijn vader is een voormalig KNIL-militair. Hij heeft in wat nu Indonesië heet, gediend in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Deze militair heeft een grote voorliefde voor techniek. Hij bezit de meest moderne radio. Het gezin rijdt in een spiksplinternieuwe auto terwijl mijn vader nog op de fiets rijdt en deze buren hebben al ver vóór mijn ouders een televisietoestel. Nono komt meer dan eens op zaterdagavond aan de bel. Of Henkie zin heeft om naar Dorus te komen kijken. Ik ben een jaar of acht en begrijp inhoudelijk niets van het programma maar die aangeklede zwerver met hangsnor vind ik geweldig. Het liedje over de twee motten in zijn oude jas, muzikaal begeleid door organist Cor Steyn, zit nog altijd in mijn hoofd. Op een avond dat Nono weer aan de deur komt en ik niet veel later bij deze buren binnenstap, gaat de tv niet meteen aan. Eerst laat mijn vriendje de nieuwste aanwinst zien. Het gezin heeft een echte koelkast gekocht en die moet Henkie toch van dichtbij bekijken. De witte kast staat te stralen alsof hij zeggen wil: vind je me mooi? De koelkast krijgt de naam ijskast omdat in vroeger tijden in warme landen het letterlijk kasten waren waarin blokken ijs werden gelegd om eten en drinken koel te houden. De ijskast van Nono heeft een ereplaats gekregen: hij staat namelijk in de woonkamer ten teken van welvaart. Niet veel later krijg ik een glaasje ranja, aangemaakt met ijskoud water. Toen ook de tv aan ging en Dorus ons welkom heette, kon de avond niet meer stuk.