Op de foto sta ik bij Sinterklaas. Het is december 1959 en ik ben dan zes jaar. Ieder jaar komt de Sint hoogstpersoonlijk langs bij mijn oom en tante en wij zijn dan steevast van de partij. Met koffers en tassen stappen we op zaterdagmiddag op de bus. Een uurtje later zijn we bij oma die bij haar dochter (=mijn tante) inwoont. Met de koffers en de tassen moeten we voor mijn gevoel een heel eind lopen om vervolgens oma, oom, tante en de twee neven te begroeten.

Het is een feestelijke middag. Er is cake uit de wonderpan (met die pan kun je een cake bakken op een petroleumstelletje) en voor ons kinderen een eierdopje met slagroom. Kort na het avondeten moeten mijn vader en oom naar een belangrijke vergadering. Dat is natuurlijk erg jammer want als Sint zo dadelijk binnen stapt, kunnen zij hem niet ontmoeten. We zingen uit volle borst over de stoomboot, over de maan die door de bomen schijnt en natuurlijk komt ook Sinterklaas Kapoentje voorbij. Daar gaat de bel. Tante doet de deur open, heet de Sint welkom en even later zingen we 'Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht'; die laatste is overigens niet mee gekomen. Sint spreekt met zware bromstem: “Goedenavond allemaal, oh oh wat kunnen jullie prachtig zingen.” Mijn jongere neefje roept: “Da’s mijn pa, da’s mijn pa”, waarna hij onder de eettafel kruipt uit angst dat hij bij Sinterklaas moet komen.

Voor mij is het de enige echte Sinterklaas, the one and only, 100% zeker. En dat ondanks zijn vlassige baard, zijn mijter van karton en het brilletje van oma op zijn neus. Inmiddels is mijn vader weer binnen gekomen maar oom moest nog even wat napraten op de vergadering. Eén voor één worden we bij sinterklaas geroepen, moeten we een liedje zingen en krijgen we een cadeautje. In het pakje dat ik op de foto met bewondering open maak, zit ongetwijfeld een stripboek van Sjors en Sjimmie. Zolang ik me kan heugen krijgen neefje en ik ieder jaar een nieuw exemplaar. Anno nu is het een boek dat op de verboden lijst staat omdat Sjimmie racistisch wordt uitgebeeld: pikzwart, dikke rode lippen, gebrekkig Nederlands pratend en een gouden oorbel in. Het is al weer tijd dat Sint ons gaat verlaten en terwijl wij zingen 'Dag Sinterklaasje', grinniken de volwassenen. Niet veel later komt oom thuis van de vergadering en wordt de mand pakje voor pakje leeggemaakt. Een onvergetelijke avond.