Naar school

Ik ben dit jaar 72 geworden en heb dus zo’n zestig winters bewust meegemaakt. Baantje glijden op het schoolplein, sneeuwpop maken met mijn vader, krabbelen op het ijs, warme chocolademelk. Vreemd genoeg zitten mijn hersenlaatjes vol met winters die jaarlijks voorkwamen. In de woonkamer hadden we een kolenkachel die het vertrek lekker warm hield. In de rest van het huis was het steenkoud. Iedere avond met een kruik naar bed. ’s Morgens de bloemen op de ramen. Met de fiets naar school door een dik pak sneeuw. De volgende dag met een stinkende extra bus naar school. Later met de Lelijke Eend als meester naar school in de hoop dat ik het oude beestje aan de praat kreeg.

Filmcamera

Gravend in mijn herinneringen zie ik ieder jaar een winterse periode voorbij komen. Of dat ook echt de werkelijkheid was? Kerstvakantie 1963. Het had vannacht gesneeuwd. Mijn moeder stond al klaar met de sneeuwschop. “Ga jij vast onze stoep schoon schuiven, dan maak ik een lekkere boterham voor je klaar.” Oké, daar stond ik dan met handschoenen aan en een winterse muts tot over de oren getrokken. Ik was nog maar net bezig of een buurman die halverwege de straat woonde, voegde zich bij mij met een filmcamera. “Zo ventje, je bent al vroeg in de weer. Als je rustig doorwerkt, maak ik een paar opnames. Vind je dat goed?” Wat een vraag. Natuurlijk vond ik dat goed. Vol trots dat ik misschien wel op het journaal kwam, begon ik als een dolle te schuiven, vegen en bikken omdat op sommige plaatsen de plat getreden sneeuw al aan de stoeptegels vastgevroren zat. Blindelings ben ik zeker tien minuten keihard aan het werk geweest. Toen ik voor de eerste keer opkeek was de buurman weg. Hé…? Waar is-ie? Ach daar zag ik hem halverwege de straat. Hij had maar heel even gefilmd. Jammer dan. De stoep was in ieder geval schoon.

Buurtfeest

Jaren later was er een buurtavond in de herfstvakantie. Velen uit de straat hadden iets lekkers meegebracht. Voor de kinderen was er busgooien en touwtje trekken, voor de ouderen spijkerslaan. De film-buurman zou een film van vijf minuten vertonen. Ik was een beetje zenuwachtig want misschien zou ik er ook op staan. Na een langdurig geratel, begon de film in de donkere zaal te draaien. Moeders die ramen aan het zemen waren, vaders met de sigaret op de lip fietsten naar hun werk, de groenteboer met zijn paard reed net de straat in enz. Opeens was het winter op het filmdoek. Bekende gezichten uit de straat speelden met de slee in de sneeuw, op een slootje werd geschaatst, een jochie veegde de stoep. Verdraaid dat was ik. Het beeld ging veel te snel voorbij. Gelukkig draaide de film die avond meerdere keren. Twintig seconden was ik hard werkend in beeld. Mijn gezicht kon je niet zien omdat ik zo aan het ploeteren was. Filmen was duur in die tijd.

Winter. Het lijkt erop dat we geen lange winters meer krijgen. De kinderen van nu moeten het doen met de beelden van lang geleden toen het ieder jaar vroor dat het kraakte, je niet naar school kon omdat je ingesneeuwd was en toen je op straat kon schaatsen.