Altijd bereikbaar

Het is nauwelijks voor te stellen maar in de vorige eeuw was een telefoon nog iets heel bijzonders. Gelukkig was op ‘het hoofdbureau van de politie’ rond 1960 wel een telefoon aanwezig. Maar communiceren met de agent die op dienst was, bleek nauwelijks mogelijk. De agent meldde zich als wachtmeester even voor 8.00 uur op het bureau. Als er geen bijzonderheden waren, stapte hij niet veel later op de fiets om pas enkele uren later opnieuw bij het bureau zijn gezicht te laten zien. In die tijd was een agent urenlang onvindbaar want geen mobiele telefoon, geen pieper, geen mobilofoon. Er was één afspraak met de commissaris: rond 10.00 uur moest hij nabij een telefoon staan. Dat zou bij de portier van de fabriek kunnen zijn, of bij de bakker, het hotel enz. Mocht er iets aan de hand zijn in het dorp dan was de agent bereikbaar bij bijvoorbeeld de bakker. Hoe simpel en toch effectief. Een mooi moment om daar even bij te praten, een bakkie te doen en indien nodig te horen, via de daar aanwezige telefoon, dat hij zich moest spoeden naar een ongeval. Een situatie die nu volstrekt onmogelijk is want de agent moet altijd bereikbaar zijn: wandelend, surveillerend, fietsend, in de auto enz.

Geen rijbewijs

Thuis hadden we in die jaren geen telefoon en toen de minister vond dat alle agenten dag en nacht bereikbaar moesten zijn, kregen ook wij een telefoon. Uiteraard mocht het toestel ook privé, tegen betaling, gebruikt worden. Telefoneren was toen nog iets wat je niet deed waar anderen bij waren; daarom werd het toestel niet in de kamer maar in de gang geplaatst. Daar kon je frank en vrij maar wel in de kou telefoneren. De kachel stond ik de woonkamer.

Op weg naar school kreeg ik wel eens te maken met een lekke band. Jammer dan. Geen mobieltje waarmee ik naar huis kon bellen. Dat zou overigens geen effect hebben gehad want mijn moeder had geen rijbewijs en kon me toch niet ophalen. Bij een vriendje achterop en een ander nam met één hand de fiets op sleeptouw. Vlakbij school was een fietsenmaker die voor een gering bedrag de band plakte zodat ik aan het eind van de dag weer gewoon naar huis kon fietsen.

Schreeuwend duur

Kost bellen tegenwoordig nog nauwelijks iets (via Whatsapp zelfs helemaal gratis), vijftig jaar geleden was telefoneren naar met name het buitenland schreeuwend duur. Van het gezin in onze straat dat naar Amerika ging emigreren, zouden we nooit meer iets horen. Bellen naar het buitenland was in die tijd schreeuwend duur. Een tientje per minuut! Goed beschouwd heeft de telefoon gezorgd voor optimale communicatie maar ook is de mobiele telefoon een grote onruststoker geworden. Het apparaatje kan van alles: spelletje, iets opzoeken via Google, bankieren en zelfs bellen.