Melkstoeltje
Samen met mijn vriendje Hans speelde ik graag en veel bij boer Rozenboom. We waren een jaar of elf en voor ons gevoel hielpen we ook mee op de boerderij in 1964: hooi voor de koeien, een veekoek aanreiken, de stal aanvegen. Uit een witte kom dronken we lauwe thee met een beschuit erbij waarover de boerin suiker had gestrooid. Heerlijk! In de vakanties waren we al heel vroeg present. De koeien loeiden als een soort welkom, de boer liep op zijn klompen op het erf. Er is één dag geweest dat het nog maar net licht was. In die vroege ochtend vertrokken we naar de wei achter de boerderij. De boer en de boerin plus hun twee zoons van dertien en vijftien droegen een melkstoeltje dat niet veel meer was dan een plankje op een paaltje. Hans en ik mochten de koeien gaan halen en ze vastzetten aan de omheining van het weiland. Opeens waren acht handen aan het melken en hoorde je de melk in de emmer spetteren. Geen machines, geen ronkende motoren maar een ritme van mens en dier.
Een koude ochtend
Je rook de koeien en zag hun adem in de koude ochtend, je hoorde de koeienvlaaien in het gras vallen. Na onze herfstvakantie zouden de koeien naar binnen gaan en zouden ze ook daar weer met de hand gemolken worden. Dan zonder de hulp van de twee zonen. Dat betekende tempo: spenen schoonmaken, emmer onder de koe, het melkstoeltje onder je kont en melken maar. De boer kende zijn koeien bij naam en elke koe wist precies wie haar kwam melken. Het leven op de boerderij ging dagelijks zijn eigen gang, niks geen gestress. De twee handen omklemden de tepels van Stijntje 23, van Dora 13 en al die andere dieren. Telkens als wij op de boerderij waren, mochten we het melken proberen maar eerlijk gezegd: we konden er niets van, terwijl het zo simpel leek. Af en toe plaagde de boer ons door de speen op ons te richten en ons nat te spuiten met de verse melk.
Vakmanschap
Handmatig melken was en is een ambacht. Niet iedereen kan het. Het vergt gevoel, kracht en geduld. Elke koe is anders: de één laat de melk makkelijk gaan, de ander heeft wat meer overtuiging nodig. Een goede boer voelt meteen of een koe gespannen is of zich niet lekker voelt. De band tussen mens en dier is daardoor sterk en persoonlijk. De melk zelf had iets wonderlijks. Rechtstreeks van de koe, ongefilterd, met een roomlaag. Veel boeren gebruikten de melk voor boter of kaas, gemaakt volgens oude familierecepten die van generatie op generatie werden doorgegeven. Het was puur, zonder toevoegingen of ingewikkelde machines. Boer Rozenboom leverde zijn melk aan de melkfabriek.
De melkmachine
Op een dag vertelde de boer dat hij een melkmachine had gekocht. Eigenlijk twee: eentje zou geplaatst worden in de stal, de ander in een grote kar in de wei. We waren heel nieuwsgierig en konden het niet afwachten om de machine in actie te zien. Wat een uitvinding, zo ontdekten we een week later. Vier zuignappen werden aan de vier tepels gehangen en hup daar begon het melken. De boer was in een half uurtje klaar en dat zonder de hulp van de boerin. Opeens had hij tijd over maar niet voor lang. Hij kocht extra koeien erbij, de stal werd groter en de koeien kregen meer dan alleen hooi. De productie steeg. De band met de koe werd anders. De goeie oude tijd van het handmatig melken is voorbij maar leeft voort in verhalen en herinneringen.
