Iedere stad, gemeente of dorp heeft wel een of meerdere Kletsbankjes staan. Op een van de kletsbankjes zat elke dag een wat oudere man die, terwijl hij zijn sigaret oprookte, wat stilletjes voor zich uit zat te staren. Hij reageerde wel met een glimlach of hij knikte met zijn hoofd op elke groet van de voorbijgangers, maar verder ging hij nooit in op een gesprek, laat staan dat hij zelf een gesprek begon. Elke dag zo rond 3 uur ging hij op hetzelfde kletsbankje zitten. Nadat hij meerdere malen op zijn horloge had gekeken, stond hij precies om 4 uur weer op, om daarna slenterend weg te lopen.
Nadat we maandenlang slechts knikten naar elkaar wanneer ik hem passeerde, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. Ik vroeg aan de man waarom hij elke dag, als een soort vast ritueel, op hetzelfde kletsbankje ging zitten en steeds om dezelfde tijd weer wegging. Hij keek mij aan, met een lichte glimlach op zijn gezicht, en hij zei tegen mij: ‘Ach meneer, weet je, als een man inmiddels 52 jaar, 6 maanden, 3 weken en 4 dagen getrouwd is, dan heeft hij op zijn minst recht op een uur per dag alleen te zijn, of niet dan?’ Waarna hij op zijn horloge keek, naar mij knikte en wegliep. Je raadt het al, het was 4 uur, tijd voor hem om maar weer eens naar huis te gaan.
De volgende dag zag ik hem weer precies om 3 uur naar het kletsbankje lopen. Maar deze keer had hij pech, want er zaten twee echtparen op het kletsbankje, gezellig met elkaar te kletsen. De ene man vroeg aan de andere man: ‘Zeg Fred, hoe is het gegaan met je geheugentherapie, heb je daar nog baat bij gehad?’
‘Ik vond het echt geweldig en heb er veel aan gehad’, antwoordde Fred. ‘Ik kan het iedereen aanraden die last heeft van geheugenverlies.’
‘Dat klinkt heel positief’, zei de andere man. ‘Mag ik de naam van de psycholoog en het adres van je hebben, in het geval dat ik in de toekomst mogelijk zelf ook geheugenproblemen krijg?’
Maar hoe Fred ook nadenkt, hij komt maar niet op de naam van de psycholoog. Plotseling betrekt zijn gezicht en hij begint te glimlachen, alsof hem opeens de naam te binnen schiet.
Hij zegt tegen de andere man: ‘Hoe noem je zo’n grote rode en geurige bloem waar aan de stengels doornen zitten?’
Waarop de andere man reageerde met ‘Bedoel je soms een roos?’
‘Precies, die bloem bedoel ik’, zei Fred. Waarna hij zich omdraaide naar de vrouw die naast hem op het kletsbankje zat en hij vraagt aan haar: ‘Roos, hoe heet de psycholoog ook alweer die mij behandeld heeft voor mijn geheugenverlies?’
Jules Faber
