Wanneer iemand tot priester gewijd werd, was het vroeger groot feest voor de familie en het hele dorp. De harmonie, het gilde en de rest van het dorp liepen uit voor hun dorpsgenoot. Boerenzoon Tiny Muskens uit Elshout groeide in de katholieke kerk uit tot een fenomeen met als bekroning zijn benoeming tot bisschop in 1994.

Door Henk Poelakker

400 professoren

Op het Groot Seminarie leefden we (1956-1962) in een ijzeren ritme van bidden, werken en sporten. We waren bijna-priesters. Als een vorm van stagelopen, had ik mezelf de opdracht gegeven om bij de pastoor van Elshout en Drunen te gaan vragen of er zieken in de parochie waren die een bezoekje op prijs stelden. Gevolg: in de zomervakantie ging ik bij menige zieke op bezoek. Dat onze kerk in de jaren ’60 nog erg in trek was, mag blijken uit de volgende getallen. De kerk telde bijna 2.000 priesterstudenten die les kregen van bijna 400 professoren. Ruim 3.000 zusters van Liefde van Tilburg zorgden dagelijks voor zorg, onderwijs enz. en even zoveel priesters gaven leiding aan parochies.

Met de koe naar de stier

Op het Seminarie leerden we van alles. Maar ruimte voor discussies of bespiegelingen over bijvoorbeeld levensvragen of het celibaat was er niet. We bespraken het hele menselijk lichaam maar de geslachtsorganen kwamen niet aan bod. Als boerenjongen had ik mijn eigen conclusies getrokken. Vaak genoeg had ik gezien hoe mijn vader met een tochtige koe naar een bereidwillige stier in de buurt ging. Wat daar gebeurde was ook thuis op de boerderij geen gespreksonderwerp.

Na de wijding zegende ik mijn vader.

Na de wijding zegende ik mijn vader.

Ik zegende vader

16 juni 1962. Die dag werd ik tot priester gewijd, samen met 23 andere jonge mannen. Er werd gebeden, daar was de handoplegging door onder andere bisschop Bekkers, honderden belangstellenden in de St. Jan in Den Bosch. Daar lagen we op de grond, daar voelde ik me verbonden met zovelen die ons waren voorgegaan. Aansluitend gingen we naar buiten om op de Parade de eerste zegen te geven. Vader knielde voor me neer, ik legde mijn hand op zijn hoofd en gaf hem de zegen. Hoe bijzonder: de zoon die de vader zegent. Allebei voelden we de afwezigheid van moeder. Op 1 juli 1962 las ik voor het eerst de Heilige Mis in Elshout. Na het Lof in de middag, beklom ik de preekstoel. Ik dankte allen die dit feestelijk moment mogelijk gemaakt hadden. De fanfare en de Schuts waren er natuurlijk bij en wat kreeg ik een prachtig cadeau: een nieuwe fiets. Het was bijna vakantie, de studie zat er op en ik was klaar voor het echte werk. Ik werd kapelaan in de Caeciliaparochie in Veldhoven en zou daar twee jaar blijven.

Het boek ‘Wees niet bang’ mogen we van de schrijver Arjan Broers als inspiratiebron voor deze rubriek gebruiken.