Wanneer iemand tot priester gewijd werd, was het vroeger groot feest voor de familie en het hele dorp. De harmonie, het gilde en de rest van het dorp liepen uit voor hun dorpsgenoot. Boerenzoon Tiny Muskens uit Elshout groeide in de katholieke kerk uit tot een fenomeen met als bekroning zijn benoeming tot bisschop in 1994.
Toga
In 1956 begon voor Tiny zijn studie aan het Groot Seminarie, zeg maar de RK theologische universiteit. Ik werd met de auto naar Haaren gebracht. Onderweg pikten we andere studenten op zodat de auto bij aankomst tjokvol zat. In Haaren kregen we een eigen kamertje met eigen meubels. De oudere studenten droegen al de toga. Onze klas, een kleine dertig studenten, was op weg naar het afstuderen als priester, zes jaar later. Nog vroeg in het jaar 1957 werd moeder ziek. Ik vroeg aan de dokter in het ziekenhuis wat haar scheelde. Kanker. Ze had een stoma gekregen en mij werd meegedeeld dat ze nog slechts een half jaar te leven had. Wat een afschuwelijk bericht. Met lood in de schoenen en een hart vol tranen vertelde ik de leiding op het Seminarie wat er thuis aan de hand was. Vader zei niet veel maar ik wist dat hij er kapot van was. Moeder zou nog twee jaar in leven blijven. Al die tijd fietste ik iedere week op en neer door de Drunense Duinen naar huis.
Televisie kijken
Na twee jaar Groot Semianrie mocht ook ik de toga dragen. Moeder vond het geweldig. Ik was een heer geworden. In Elshout zelfs d’n heer van Josse. Nu ik heer was geworden, werd ook mijn kruin geschoren, een eeuwenoud ritueel waarmee een mens minder aantrekkelijk wordt. Organisatorisch werden we in de watten gelegd. Wij als studenten hoefden nergens voor te zorgen. De zusters van de Heilige Jozef uit Heerlen hielden alles schoon, deden de was, dienden drie maaltijden per dag op. Opmerkelijk: in oktober 1958 werd het televisietoestel van de president van het Seminarie in de grote collegezaal gezet en dat vanwege de uitvaart van paus Pius Xll. We keken voor het eerst televisie. Nog geen maand later keken we voor de tweede en tevens de laatste keer op het Seminarie naar de tv en dat omdat paus Johannes XXlll aantrad. De dood kwam in ons gezin; moeder stierf op 24 augustus 1959. Mijn moeder heeft me gevormd. Net als moeder kan ook ik nukkig en kribbig zijn als het niet loopt zoals ik graag wil. Met vader sprak ik niet over ons verdriet. Er was iets in hem gebroken. Een half jaar na moeders dood kreeg hij een beroerte. In één klap was hij oud en kwetsbaar geworden.
Geen Jos
Broer Jan trouwde in 1960 met een stadsmeisje. Ook Elshout ontkwam niet aan de veranderingen in de jaren zestig. De openheid naar andere leefmilieus was door bisschop Bekkers sterk bepleit. Jan erfde de boerderij en dat kon omdat Harrie, Kees en ik middels een notarieel document afstand hadden getekend van ons erfdeel. Vader was blij met zijn eerste kleinzoon die niet Jos ging heten. Generaties lang was dat in veel families en ook in de onze gebruikelijk geweest. Het kleine manneke heette Marcel.
Het boek ‘Wees niet bang’ mogen we van de schrijver Arjan Broers als inspiratiebron voor deze rubriek gebruiken.
