Wanneer iemand tot priester gewijd werd, was het vroeger groot feest voor de familie en het hele dorp. De harmonie, het gilde en de rest van het dorp liepen uit voor hun dorpsgenoot. Boerenzoon Tiny Muskens uit Elshout groeide in de katholieke kerk uit tot een fenomeen met als bekroning zijn benoeming tot bisschop in 1994.
Grote ongelijkheid
De vorige keer eindigden we met de stelling van de bisschop dat geluk iets is dat je krijgt om te delen. We zijn inmiddels aanbeland bij misschien wel de meest opmerkelijke uitspraak van Muskens die tot op de dag voor beroering zorgt: een brood stelen mag.
Tiny Muskens. De man van het broodje.
Het is de zomer van 1996 en de bisschop bezoekt een Manifestatie van het anti armoedeplatform. Die club noemt zich ‘De Arme Kant van Nederland’. Muskens had zich na zijn terugkeer uit Indonesië verbaasd over het feit dat in ons land maar liefst 1,6 miljoen mensen in armoede leven. Het zou met name gaan over alleenstaande moeders, ouderen zonder pensioen, gehandicapten en laaggeschoolde werklozen. Hoe kan dat nou? Ons land staat toch bekend als een welvarend land? We zijn toch geen Derde Wereldland? Muskens ergerde zich aan politici omdat niet één van hen de moeite had genomen om naar de bovengenoemde Manifestatie te komen. Dat was voor mij het moment om me heel duidelijk uit te spreken. Hoe kan het dat ondanks recordwinsten van multinationals en de stijgende beurskoersen er een crisis gaande is onder arme mensen. Goed beschouwd zei ik niets nieuws want de Raad van Kerken wees al jaren op de ongelijke verdeling van de welvaart in Nederland. Verrast was ik toen premier Wim Kok me belde om hierover met elkaar in gesprek te gaan. In de tussentijd werd ik geïnterviewd door de VPRO. Ik heb toen het volgende gezegd: vroeger leerde ik op school al dat Onze Lieve Heer het niet erg vindt als een arme die zijn of haar kinderen niet kan voeden een broodje wegneemt. Oei, wat had ik gezegd. Het kwam net even iets anders in de media terecht: Bisschop Muskens praat stelen goed.
Na de uitspraak over het stelen van een brood zwermde de pers rondom de bisschop.
Bezoek aan een bordeel
Ik kreeg steun van kardinaal Simonis waardoor er een discussie op gang kwam. Wat ik duidelijk wilde maken: de goederen op deze aarde zijn van iedereen. Het recht om te leven is belangrijker dan het recht op bezit. Een enorme mediastroom kwam op gang. In drie maanden gaf ik meer dan honderd interviews, ook aan de internationale pers. Ik gaf onder andere lezingen voor burgemeesters, studenten, bankmedewerkers, werkgevers, Rotarykringen, Vrienden van het Brabants Dagblad.
Muskens verwees in die bijeenkomsten maar wat graag naar een rekensom. Stel dat de wereld zo groot is als een dorp van duizend inwoners. Er zouden driehonderd blanken zijn en zevenhonderd niet-blanken, driehonderd christenen en zevenhonderd andersgelovigen, vijfhonderd mensen met honger, zevenhonderd mensen die niet kunnen lezen en slechts zestig bewoners strijken de helft van alle inkomens op. Daarnaast trok Muskens het land in. Zo liep hij een etmaal mee met daklozen en bracht hij een bezoek aan een bordeel. Het doel van dat bezoek was aandacht vragen voor geronselde vrouwen uit arme landen die gouden bergen beloofd werden maar uiteindelijk in de prostitutie terecht kwamen. Ook sprak ik graag met scholieren en studenten. Mede door mijn opmerking over het verantwoord stelen van een brood, kreeg het fenomeen armoede de zo gewenste aandacht.
Het boek ‘Wees niet bang’ mogen we van de schrijver Arjan Broers als inspiratiebron voor deze rubriek gebruiken.
