Wanneer iemand tot priester gewijd werd, was het vroeger groot feest voor de familie en het hele dorp. De harmonie, het gilde en de rest van het dorp liepen uit voor hun dorpsgenoot. Boerenzoon Tiny Muskens uit Elshout groeide in de katholieke kerk uit tot een fenomeen met als bekroning zijn benoeming tot bisschop in 1994.

Rijkdom: tien of meer vrouwen

De vorige keer lazen we dat Tiny Muskens zeven jaar in Indonesië zou werken (1970-1977). Zijn opdracht was met name gericht op het onderzoeken en beschrijven van de plaatselijke cultuur. Zo kwam hij in 1972 in Papoea Nieuw-Guinea aan, het eiland dat van naam veranderde toen Nederland het in 1962 moest afstaan aan Indonesië. Irian Jaya was de nieuwe naam maar nog altijd met bewoners die meer dan eens nog in het stenentijdperk leefden. De zogeheten Asmatmannen hadden het liefst zo veel mogelijk vrouwen, wel tien of zelfs twintig. Hun ideaal was om bij iedere vrouw twee kinderen te verwekken. Alleen welgestelde mannen konden zich deze polygamie ‘veroorloven.’ Dit soort gegroeide vanzelfsprekendheden waren een doorn in het oog van paus Paulus Vl. De katholieke kerk legde regels op waar niemand zich aan hield.

Een jonge Tiny Muskens op verkenning in voormalig Nieuw Guinea.

Een jonge Tiny Muskens op verkenning in voormalig Nieuw Guinea.

Ontkerkelijking

In de tijd dat Muskens in Indonesië verbleef, veranderde er veel in Nederland. De volgzaamheid en trouw aan de paus was ver weggezakt. Eerst dacht ik nog dat de veranderingen nog wel mee zouden vallen maar gaandeweg keerde men zich in ons land massaal tegen de kerk. Vrienden, oud-studiegenoten en zelfs professoren stapten uit het ambt en trouwden. Alles wat eens zo vanzelfsprekend was, ging op de helling. Terug in Nederland begreep ik dat velen niet meer de moeite namen om te trouwen en hadden gekozen voor samenwonen. Veel geestelijken die terugkeerden van de missie troffen een in hun ogen losgeslagen natie aan. Zij die samenwoonden presteerden het zelfs om kinderen te krijgen zonder dat deze zielen gedoopt werden. De ontkerkelijking ging razendsnel. Wat een tegenstelling tot Indonesië waar het verboden was om ‘niks te zijn.’ Daar moest je katholiek, protestant of moslim zijn. De maatschappij veranderde, niet alleen in Nederland, niet alleen in Elshout maar wereldwijd. Jongeren stelden vragen over vrede en rechtvaardigheid, over macht en gezag, over democratisering, de taak van de kerk, de toekomst van het priesterschap en uiteraard het celibaat. De oude wereld brokkelde steeds verder af.

Van wij naar ik

In Indonesië zag ik hoe de katholieke kerk zich in bleef zetten voor armen, zieken, analfabeten en gevangenen. Hier was geloven een werkwoord, hier werden de mouwen opgestroopt en betekende lid zijn van de kerk dat je iets kon ontvangen of klaar wilde staan voor de ander. Het wij-gevoel zag ik dagelijks in ziekenhuizen, scholen en sloppenwijken. Een schril contrast met Nederland waar de ik-cultuur steeds verder oprukte.

Het boek ‘Wees niet bang’ mogen we van de schrijver Arjan Broers als inspiratiebron voor deze rubriek gebruiken.