Ik gleed uit over een drol, het was niet zo’n grote, maar hij bracht mij wil uit mijn evenwicht. Nadat ik weer in balans was, moest ik denken aan mijn biologieleraar, want die kon altijd zo enthousiast over dierendrollen vertellen. Om maar een voorbeeld te geven van hoe hij les gaf.

‘Hoe kun je een drol nou smerig vinden, heb je de structuur van de drol, waarin nog stukjes onverteerd gras en andere planten zitten wel eens goed bekeken?’, zei hij altijd met een uitnodigende blik.

Ach weet je, het liefst gaf hij beeldend les. Hij sleepte van alles het leslokaal in, dus ook drollen van dieren. Maar waar mijn interesse het meest naar uitging, is het bekijken van afdrukken van dieren en mensen. Als ik nu sporen en afdrukken tegen kom, kijk ik altijd van wat voor dier het is. Zijn het menselijke afdrukken van voeten of schoenen. Dan heb ik de eigenaardige neiging om erin te stappen, om te kijken of mijn schoenafdruk daarin past, of de persoon van de afdrukken dezelfde maat voeten heeft als ik. Sommige mensen vinden dat eigenaardig.

Maar ik troost mij met de gedachte dat ik vast niet de enige ben, die zo’n eigenaardig trekje heeft. Zo ken ik iemand die het maar niet kan laten om met zijn vinger zijn naam met een dikke punt erachter op een beslagen raam of spiegel te schrijven. Het maakt hem dan ook niet uit, of daar nu wel of niet andere mensen bijstaan, hij kan het niet laten.

Wist je dat er ook mensen zijn, die altijd de treden van een trap tellen, in gebouwen waar ze nog nooit geweest zijn? Als ze naar boven gaan en dan ook nog eens een keer als ze naar beneden gaan.

Over eigenaardigheden gesproken, misschien heb ik dat wel van mijn tante die, zoals je wellicht weet, ook van die eigenaardigheden heeft. Zo moet mijn tante altijd slurpen als ze hete soep of hete koffie drinkt. Ik heb wel eens tegen haar gezegd: ‘Waarom laat je het gewoon niet even afkoelen voor je het eet of drinkt?" Weet je wat ze toen antwoordde: "Je weet toch dat de soep heet gegeten moet worden, dus het is helemaal niet eigenaardig."

"Maar", zei ze. "Weet je wat ik wel eigenaardig vind? Dat de buren altijd onaangekondigd een kopje koffie komen drinken. Dan slurp ik expres aan mijn koffie ook al is die niet heet. Maar toch blijven ze maar onaangekondigd binnen stappen. Jongen, weet je wat ze zeiden tegen elkaar bij het laatste bezoek, toen ze weer buiten stonden? ‘Ik geloof dat ons bezoek haar ook deze keer weer goed heeft gedaan. Zag je hoe gespannen ze was toen we kwamen en hoe opgelucht ze was toen we weer weggingen’."

Jules Faber