Het verpondingregister van Heusden vermeldt het pand voor het eerst in 1602. Als eigenaar wordt dan Adriaen Godertssen van Bockhovens genoemd. Het huis wordt omschreven als ‘het huys met het achterhuis’. In 1642 wordt het pand aangeduid als ‘Het cleijn Beirke’ en is weduwe Grietje van Bockhovens eigenaresse. In 1699 wordt een deel van het huis bewoond door juffrouw Cunnera Bockhovens, terwijl het andere deel, omschreven als ‘het huys achter het kerckhof’, wordt bewoond door Johannes Frederik van de Pol. Daarna kent het dubbelhuis een lange reeks van eigenaren en bewoners.
Door Bart Beaard
De bekendste bewoner is de Heusdense predikant ds. Carel Frederik Jan Pape (1813–1886). Hij was vanaf 1851 tot zijn emeritaat in 1870 predikant van de Hervormde Gemeente Heusden, Oudheusden en Herpt. Zijn grafmonument bevindt zich op de Nederlands Hervormde begraafplaats aan de Herptseweg in Oudheusden. In 2023 is dit grafmonument gerestaureerd. In de nacht van 4 op 5 november 1944 werd het nabijgelegen stadhuis door Duitsers opgeblazen en verwoest. De naast dit pand staande synagoge werd door de omvallende stadhuistoren ook verwoest. Het pand had nauwelijks schade.
De twee gepleisterde tuitgevels aan de achterzijde van de woning aan de Kerkstraat herinneren aan de vroegere dubbele woning. (foto: Martine Morcus)
Bouwstijl Rijksmonument 20238
De tweelaagse woning heeft een U-vormig zadeldak, gedekt met rode terracotta dakpannen van het type OVH (Opnieuw Verbeterde Holle). De huidige dakvorm is in het midden van de 19e eeuw ontstaan, toen twee afzonderlijke woningen werden samengevoegd tot één pand. De oorspronkelijke woningen hadden beide een tuitgevel, die aan de achterzijde nog steeds zichtbaar zijn. Aan de voorzijde zijn deze tuitgevels vervangen door een gepleisterde voorzetgevel, afgewerkt met een ver uitstekende kroonlijst. Tevens werd aan de voorzijde, haaks op de bestaande zadeldaken, een dwars geplaatst zadeldak met twee dakkapellen aangebracht.
De rijk gedecoreerde voordeur en omlijsting zijn uitgevoerd in neorenaissancestijl. (foto: Bart Beaard)
De gepleisterde, symmetrisch opgezette voorgevel met vijf traveeën is een kenmerkend voorbeeld van de 19e-eeuwse empirestijl. Het pleisterwerk is horizontaal gegroefd; boven de vensters zijn de groeven uitgevoerd als taps toelopende rollagen. De gevel bevat negen houten schuifraamkozijnen, zogenoemd T-vensters. De bovenlichten van de vensters op de begane grond en het bovenlicht van de voordeur zijn voorzien van glas-in-loodramen met vierkante ruitjes. Onder de vensters op de verdieping loopt over de volledige breedte van de gevel een gepleisterde dorpellijst. De voordeur met de omlijsting van houten pilasters met daarboven een kroonlijst zijn in de neorenaissancestijl. De pilasters zijn gedecoreerd met festoenen, rozetten en siervazen. De deur is gedecoreerd met frontons, pilasters met cannelures, handgrepen en diamantkoppen. De deur heeft twee glasramen, die beschermd worden door handgesmede roosters. Aan de onderzijde wordt de gevel afgesloten met gepleisterde casementen. Aan de straatzijde bevindt zich een hardstenen stoep met stoeppalen, die met smeedijzeren hekwerken met krulmotieven met de gevel zijn verbonden.
