De parochie Herpt werd in 1892 opgericht. Tot die tijd behoorde het dorp tot de parochie van Heusden. De eerste kerkdiensten vonden plaats in een noodkerk. Deze was ondergebracht in een verbouwde boerderij op de locatie die bekend stond als La Renaissance. De bouw van een nieuwe kerk was gewenst. Al vanaf het ontstaan van de parochie leefde de wens om een volwaardige eigen kerk te bouwen. Door de groei van het aantal parochianen was de noodkerk ook te klein. Bovendien was de noodkerk bouwvallig. Met de benoeming van pastoor Wilhelmus Timmermans (1876-1961) in 1923 kwam de kerkbouw goed op gang. Hij zette zich met grote voortvarendheid in voor de voorbereiding van de bouwplannen en wist de benodigde financiële middelen bijeen te brengen. Zijn motto was: ‘Is zo’n schuurkerk niet te min voor welgestelde boeren?’.
Door Bart Beaard
Ontwerp en architect
Het ontwerp van de nieuwe kerk werd in eerste instantie rond 1895 gegund aan het Roermondse architectenbureau van Pierre Cuypers. Zoon Joseph ontwierp een ensemble van kerk en pastorie waarvan toen alleen de pastorie werd gerealiseerd. Architect Caspar J.H. Franssen (1860-1932) van hetzelfde bureau Cuypers ontwierp 25 jaar later een kleinere kerk die wel werd gerealiseerd. Franssen was een van de bekendste Limburgse kerkarchitecten van zijn tijd. Hij ontwierp tientallen rooms-katholieke kerken en kloosters, voornamelijk in een sobere neogotische stijl waarin ook neoromaanse invloeden herkenbaar zijn. Zijn architectuur was duidelijk geïnspireerd door de ideeën van Pierre Cuypers, maar kenmerkte zich door een meer ingetogen vormgeving en minder uitbundige detaillering. Zijn ontwerpen onderscheiden zich door een heldere plattegrond, een doelmatige opzet en een zorgvuldig uitgevoerde baksteenarchitectuur.
De bouw van de kerk
De bouw werd gegund aan aannemer Jan de Bont uit Nieuwkuijk voor een aanneemsom van fl. 32.648. De parochianen brachten zelf fl. 11.220,- bijeen, voldoende om te kunnen starten. Met toestemming van de bisschop mocht het resterend gedeelte worden geleend. Op 11 maart 1924 begon de aannemer met de werkzaamheden. De eerste steen werd op 20 mei 1924 gelegd met de tekst: ME POSUIT W.L.A.M. TIMMERMANS PAROCHUS 20 MAII 1924 oftewel: MIJ HEEFT GEPLAATST W.L.A.M. TIMMERMANS PASTOOR 20 MEI 1924.
De bouw verliep voorspoedig, zodat de kerk reeds in november van datzelfde jaar kon worden opgeleverd. Op 9 november 1924, 15 maanden na ontwerpdatum, werd de kerk ingewijd door mgr. A.F. Diepen, bisschop van 's-Hertogenbosch.
Architectuur en bouwstijl
De kerk heeft de plattegrond van een kruis, waarbij het middenschip transepten heeft. Aan de zuidzijde is een koorapsis met vijf facetten, waarin oorspronkelijk het hoofdaltaar was geplaatst. Aan de noordzijde bevindt zich een voorportaal met een lagere nokhoogte dan het eigenlijke kerkgebouw. Op de nok staat een natuurstenen kruis. Op de begane grond bevinden zich de ingang, de doopkapel en de trap naar de orgelzolder en ruimte voor het zangkoor. Links van de voorgevel is de klokkentoren gebouwd. In de buitenhoeken van het schip en de transepten zijn kleine uitbouwen opgenomen, waarin oorspronkelijk de biechtstoelen waren ondergebracht. Tegen de achterzijde, naast de apsis, is de sacristie aangebouwd. Met uitzondering van de toren zijn alle bouwdelen voorzien van zadeldaken, gedekt met rode terracotta OVH-dakannen (Opnieuw Verbeterde Holle). De gevels zijn opgetrokken uit rode baksteen, in kruisverband en met volle voeg. De kerk wordt verlicht door groepen van drie of vijf hoge, smalle lancetvensters met spitsbogen, voorzien van glas-in-lood.
Rond de hoofdingang is op bescheiden wijze natuursteen toegepast. Boven de hoofdingang bevindt zich een 2-3 steens hoge strekse boog. De sobere vormgeving, de evenwichtige gevelcompositie en het beperkte gebruik van ornamenten geven de kerk een rustige en harmonieuze uitstraling. Door de geleding van de bouwmassa's, de afwisseling van dakvormen en de expressieve baksteenarchitectuur vertoont het ontwerp duidelijke kenmerken van de vroege Amsterdamse School, terwijl de spitsboog vensters juist verwijzen naar de neogotiek. Juist deze combinatie maakt het gebouw architectuurhistorisch bijzonder.
De kerktoren
De rechthoekige, gemetselde kerktoren heeft een hoogte van ongeveer 30 meter. Hij wordt bekroond door een steil, vierzijdig geknikt tentdak, dat is gedekt met leien in maasdekking. De spits wordt bekroond door een stalen Latijns kruis met daarboven een vergulde haan als windvaan. In de toren bevindt zich een verdieping met het torenuurwerk, dat zowel de wijzerplaten als het slagwerk aanstuurt. Daarboven ligt de klokkenzolder met de luidklokkeninstallatie. In de gevels van deze verdieping zijn galmgaten aangebracht, waardoor het geluid van de luidklokken vrij over de omgeving kan dragen. De oorspronkelijke luidklok uit 1924 werd op 20 januari 1943 door de Duitse bezetter gevorderd, afgevoerd en omgesmolten ten behoeve van de oorlogsindustrie.
Sluiting
Door de terugloop van het aantal kerkbezoekers en parochianen werd de kerk op 8 december 2018 aan de dienst onttrokken. Het gemeentelijk monument, sinds 1991, werd, met steun van de gemeente Heusden overgedragen aan de Stichting Dorpshuis Herpt, die naar een goede herbestemming zoekt.
