De naam Vijfhoeven verwijst naar het historische grondgebied ten noorden van de huidige Wilhelminastraat. Het gebied werd aan de zuidzijde begrensd door ‘De Agter Straat’, aan de westzijde door ‘De Mommer Steeg’, aan de oostzijde door ‘De Hoogen Maas Dijk’ en aan de noordzijde door ‘De Wetering’. Het bestond uit lange, smalle percelen, die hun oorsprong hadden in de middeleeuwse veenontginning en voor de landbouw in cultuur waren gebracht. De vruchtbare gronden stonden in de 19e eeuw onder meer bekend als ‘hopland’. Hier groeiden metershoge hopranken, die langs draden en hopstaken omhoog werden geleid.
Door Bart Beaard
De oorsprong van de naam ‘Vijfhoeven’ is niet met zekerheid vastgesteld. Mogelijk verwijst de naam naar vijf hoeven, oftewel boerderijen, die hier ooit hebben gestaan. Waar deze precies hebben gelegen, is echter onbekend. De oudste vermelding die in de archiefstukken van het Streekarchief Langstraat Heusden Altena (SALHA) is aangetroffen, dateert van 31 oktober 1459. In een oorkonde staat dat ‘Jan Gheerlicszn aan Dirck Peter Oorszn heeft opgedragen 5 hond land in de Vijfhoeven te Vlijmen in te zaaien’. Een hond was een oude oppervlaktemaat. In de tweede helft van de 20e eeuw kreeg de naam een nieuwe betekenis. Bij de uitbreiding van Vlijmen werd het gebied ten noorden van de Wilhelminastraat bestemd voor woningbouw. Hier ontstond de woonwijk ‘De Vijfhoeven I’.
De bloemenkas die in 1963 naast ‘het plat glas’ werd geplaatst, werd in 1969 verdubbeld. (foto: Collectie familie Van Kuijk)
Bloemenkwekerij ‘De Vijfhoeven’
In 1963 gaf Jan Willem van Kuijk (1941–2026) de historische naam opnieuw betekenis door zijn pas begonnen bloemisterij en plantenkwekerij ‘De Vijfhoeven’ te noemen. De naam werd in smeedijzeren letters op de toegangspoort aangebracht. Jan begon aanvankelijk met kweken ‘onder plat glas’. In 1963 liet hij achter zijn woning een bloemenkas bouwen, die in 1969 werd verdubbeld. Toen hij in 2006 de leeftijd van 65 jaar bereikte, begon Jan Willem met de aanleg van een nieuwe tuin rondom zijn woning. Eerst legde hij de vijver en de heggen aan, daarna volgden de paden en ten slotte de beplanting. In de loop der jaren groeide de tuin uit tot een kleurrijk geheel, waarin het hele jaar door wel iets in bloei stond. De naam van de voormalige kwekerij bleef behouden en de tuin kreeg de naam ‘Tuin De Vijfhoeven’.
De woning uit 1906
In 1906 waren Cornelis van Helvoort en Maria de Vaan eigenaar van het grondperceel waarop de huidige woning werd gebouwd na een brand of afbraak van een vorige woning. In 1927 kwam de woning in eigendom van het landbouwersechtpaar Johannes van Kuijk (1857–1938) en Adriana Mommersteeg (1854–1938). Beiden overleden in 1938. Door vererving kwam de woning vervolgens in het bezit van hun zoon Adrianus (1893–1976), die in 1932 was getrouwd met Ludovica de Vaan (1901–1982). Adrianus en Ludovica hadden een gemengd agrarisch bedrijf. Zij hielden wat vee en bewerkten het land, waar zij onder meer groenten en fruit verbouwden. Omstreeks 1963 kreeg hun zoon Jan Willem de woning met het bijbehorende land in bezit en begon hij er zijn plantenkwekerij. Jan Willem trouwde in 1971 met Marie-Louise Trienekens (1940-2025). De ouders van Jan Willen bleven tot hun overlijden inwonen.
De ingangspoort naar het woonhuis en de bloemkwekerij ‘De Vijfhoeven’, omstreeks de jaren zestig. (foto: Nico de Bonth)
Bouwstijl
De woning vertoont kenmerken van het eclecticisme, een bouwstijl waarin elementen uit verschillende historische bouwstijlen met elkaar werden gecombineerd. De eenlaagse woning heeft een vierzijdig schilddak, waarvan de nok evenwijdig aan de straat ligt. Het dak is gedekt met blauw gesmoorde dakpannen van het type Tuile du Nord en voorzien van meerdere dakkapellen met twee of drie vensters. Deze hebben houten topgevels en zijn afgedekt met zinken daken. Aan de onderzijde van het schilddak bevindt zich een kroonlijst met bakgoot, ondersteund door houten consoles. De gevels zijn opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een lintvoeg. Ter hoogte van de bovenzijde van de vensters zijn twee gele speklagen in het metselwerk aangebracht. De vensters worden aan de bovenzijde afgesloten door rollagen, uitgevoerd als anderhalve steen hoge, uitwaaierende strekken. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld en heeft vier vensters met T-ramen, houten inpandige rolluiken`. De vensters rusten op hardstenen dorpels. De voordeur bevindt zich in een twee steens diepe nis. De deur heeft twee glasramen, bedekt met zes Jugendstil smeedijzeren segmenten. Aan de onderzijde van de gevel bevindt zich een circa 30 centimeter hoge, gecementeerde plint. De combinatie van de symmetrische gevelindeling, de speklagen, de uitwaaierende strekken, de houten detaillering en de rijk uitgewerkte dakpartij geeft de woning een karakteristiek eclectisch aanzien, zoals dat aan het begin van de twintigste eeuw vaker bij burgerwoningen werd toegepast.
