De woning met de daarachter gelegen boerderij werd in 1913 gebouwd in opdracht van Jos Klijn (*Elshout, 1875 – †Elshout, 1961). Jos was landbouwer en trouwde in 1908 in Woensel met Mina van Gorkum (*Woensel, 1884 – †Elshout, 1966). Vermoedelijk hebben hun levens elkaar gekruist door het koeien hoeden. Een zus van Jos deed dat daar tijdens haar schoolvakanties. Later trouwde in 1912 in Woensel Maria (1889-1973), een zus van Mina, met Christ Muskens (1887-1976) uit Drunen.

Door Bart Beaard

Jos Klijn stamde uit een oude welgestelde landbouwers familie in Elshout. Het echtpaar kreeg zes kinderen. Tijdens de bevrijding van Elshout, in de namiddag van 4 november 1944, werd de omgeving zwaar getroffen door granaatbeschietingen en -explosies. Daarbij gingen de boerderijen aan de Kapelstraat met de huisnummers 22 tot en met 28, 38 en 40 volledig verloren. Het pand Kapelstraat 30 liep slechts lichte schade op. De geallieerden waren ervan op de hoogte dat zich in deze omgeving een Duitse munitie- en brandstofopslag bevond. Deze was echter een dag eerder door Duitse troepen ontruimd. Vanaf 1955 werd de boerderij door zoon Willem nog tot 1964 voortgezet. In het kader van de ruilverkaveling in de zestiger jaren verhuisde het landbouwbedrijf naar de polder bij Oudheusden. In 1965 werd dit pand eigendom van Waalwijker Frans Hoffmans. Hij ging in de woning wonen en het boerderijgedeelte werd verbouwd tot een scheepsstoffeerderij. In 1987 nam Elshoutenaar Ad de Jong het bedrijf over en realiseerde enkele uitbreidingen. Sinds 2017 is dit bedrijf niet meer actief.

De topgevel van de woning is uitgevoerd in de chaletstijl. (foto: Toon Groot)

De topgevel van de woning is uitgevoerd in de chaletstijl. (foto: Toon Groot)

Bouwstijl

Het pand is georiënteerd volgens het schuine verkavelingspatroon, waardoor de voorgevel niet evenwijdig aan de straat, maar onder een hoek is geplaatst. Door de topgevel met dakkapel in de voorgevel heeft de eenlaagse woning een in T-vorm twee elkaar haaks kruisende zadeldaken. Beide daken zijn gedekt met blauw gesmoorde dakpannen, type Tuile du Nord. Op de nokken staan twee gemetselde schoorstenen, uitgevoerd in gele baksteen met een sierlijke muizentand en voorzien van keramische schoorsteenpotten. Het hoofddak eindigt aan de gootzijde in een bakgoot met een royaal overstek, gedragen door houten consoles. De topgevel is voorzien van een vergelijkbaar overstek en ook door consoles ondersteund.

De gevels zijn opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een knipvoeg. In de gevel bevinden zich horizontale speklagen van gele baksteen. Dezelfde gele baksteen is toegepast als rollaag boven het venster in de topgevel, als sluitsteen in de hanenkamrollaag boven de vensters en de deuropening en als hokblokjes ter hoogte van het kalf van de voordeur.

De topgevel is uitgevoerd in chaletstijl met houten beschot en een halfrond venster met een fijne roedenverdeling. In de voorgevel bevinden zich vier T-schuifvensters met bovenlichten, eveneens voorzien van een kleine roedenverdeling. De vensters rusten op hardstenen raamdorpels.

De paneeldeur met bovenlicht is geplaatst in een 40 centimeter diepe portiek nis, waardoor de entree extra reliëf krijgt. Langs de onderzijde van de gevel bevindt zich een plint van baksteen, afgedekt met een hardstenen waterlijst.