Het Verpondingsregister vermeldt dat het pand met erf tussen 1642 en 1671 eigendom is van Peter Janssen van Son. De omschrijving luidt: ‘huisinge met oliemeulen, packhuis en appedentien (bijgebouwen)’. Rond 1720 is het bezit van Christiaan van Dongen (ca. 1680-1747). Achter het pand, langs de Demer, bevinden zich dan een branderij/jeneverstokerij, een oliemolen, een brouwerij en een schuur. Door vererving komt het geheel in handen van diens dochter Anna Lucia (1712-1770), die in 1737 trouwt met Jan Bax (1714-1748). Vervolgens gaat het bezit over op hun zoon Christiaan Bax (1739-1793) en daarna op diens zoon Jan Jacob Bax (1773-1840). Hij trouwt in 1795 met rentenierster Adriana Francisca van Dongen (1770-1844). In het kadastrale overzicht van 1832 staat vermeld dat brouwer Jan Jacob eigenaar is van het pand, met koetshuis, tuin en branderij. Het brouwersbedrijf van de familie Bax raakt in de negentiende eeuw in verval door de afnemende bierconsumptie ten gunste van koffie, thee en jenever. De bebouwing langs de Demer, zoals boven vermeld, wordt in 1850 geheel gesloopt.

Door Bart Beaard

Grootgrondbezit

De familie Bax richt zich vervolgens steeds meer op grootgrondbezit en koopt onder meer in 1846 de ‘Heerlijkheid Oudheusden, Elshout en Hulten’. Hun vermogen beleggen zij niet in effecten, maar voornamelijk in hypotheken en persoonlijke leningen. Na het overlijden van Jan Jacob komt het pand in bezit van zijn ongehuwde kinderen Gerard Cornelis (1801-1876), Antonius (1804-1874) en Maria Clara (1810-1885), evenals van zoon Cornelis (1797-1873), die in 1817 trouwt met Catharina Petronella van Dongen (1797-1835). Hun dochter Adriana (1820-1891) trouwt in 1845 met Johannes Verhoeven (1803-1883). Het echtpaar krijgt drie zonen: Hubertus (1846-1874), Antonius (1847-1893) en Laurentius (1851-1921). Johannes bezit, samen met zijn zoon Laurentius in de Putterstraat een zeer winstgevende cichorei- of kunstkoffiefabriek. De zonen Hubertus en Antonius bezitten in de Zustersteeg brouwerij ‘De Drie Hoefijzers’.

Verbouwing

Het pand Burchtstaat 3 komt in 1887 in handen van Antonius. In 1890 trouwt hij met Josephina Arnolda Maria Robert (1866-1942). In die periode wordt het pand zowel van binnen als van buiten verbouwd. Aan de voorzijde verrijst over de volle breedte en hoogte een lijstgevel als voorzetgevel. Binnen brengen Italiaanse stukadoors neoclassicistische plafonds aan, rijk versierd met oriëntaalse ornamenten en jachttaferelen. Ook worden een marmeren schouw en een monumentaal trappenhuis geplaatst. Antonius overlijdt in 1893. De weduwe verkoopt het pand in 1900 aan Seger Verhagen. Daarna komt het achtereenvolgens in bezit van Cornelia de Jong-Verhagen, Rudolf Verhoeven (na openbare verkoping), Adam Nieuwkoop, de Diaconie van de Nederduitse Gemeente, Frederik Hilwig sr., Frederik Hilwig jr. en Angela van de Loo.

Bouwstijl

De hoofdbouw bestaat uit twee woningen, elk voorzien van een zadeldak waarvan de nok loodrecht op de straat staat. Zowel de voor- als achterzijde waren oorspronkelijk voorzien van tuitgevels. Tijdens de verbouwing van 1890 worden de tuitgevels aan de straatzijde verwijderd en vervangen door een zadeldak met de nok evenwijdig aan de straat. De daken zijn gedekt met blauw gesmoorde dakpannen van het type VH (Verbeterde Holle). Voor beide woningen wordt een kroonlijstgevel als voorzetgevel geplaatst, doorlopend tot aan de dakvoet van het zadeldak. De gepleisterde en lichtgrijs geschilderde voorgevel telt drie bouwlagen en zeven traveeën. Aan de bovenzijde bevindt zich een uitspringende, geprofileerde kroonlijst. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn zesruits schuifvensters aangebracht; op de tweede verdieping bevinden zich vierruits schuifvensters. De dagkanten van de vensters en muuropeningen zijn geprofileerd. Onder de vensters lopen natuurstenen waterlijsten door.

De centraal geplaatste entree bestaat uit een paneeldeur met twee ramen, afgedekt met een ajour of gietijzeren rooster. De deur is voorzien van fraai oplegwerk. Het bovenlicht bevat een glas-in-loodraam. Aan weerszijden van de deur bevindt zich een natuurstenen stoep met acht hardstenen stoeppalen, verbonden door kettingen en rustend op bolvormige consoles. De stoep en stoeppalen zijn afkomstig van Hoofdstraat 24, nu Waterpoort 17-37. Dit pand werd in 1891 gesloopt waarvoor Laurentius Verhoeven een nieuw pand laat bouwen.