Tijdens een rondleiding over de bouwplaats van de nieuwe fietsbrug in de Baardwijkse Overlaat hebben vertegenwoordigers van erfgoedorganisaties kritische vragen gesteld over de gekozen bouwmethode. Met name het deels afbreken van historische brugpijlers stuit op onbegrip bij de Federatie Behoudt de Langstraatspoorbruggen (FBL) en Heemschut Noord-Brabant.
Op 22 juni kregen vertegenwoordigers van onder meer de overheid, Heemschut Noord-Brabant en de Federatie Behoudt de Langstraatspoorbruggen (FBL) een toelichting van aannemerscombinatie Mourik-Besix op de werkzaamheden aan de nieuwe fietsbrug.
Waarom historische pijlers afbreken?
Een belangrijk discussiepunt was de keuze om de bestaande brugpijlers deels af te breken en de fietsbrug op een nieuw fundament te plaatsen. Volgens een aanwezige ingenieur van de FBL, die jarenlang werkzaam was in de restauratie van waterwerken, zijn de oorspronkelijke pijlers destijds gebouwd om een belasting van ongeveer 600 ton te dragen, terwijl de nieuwe fietsbrug slechts circa 60 ton hoeft te dragen.
De aannemer gaf aan dat vooraf niet duidelijk was in welke staat de pijlers zich bevonden. Omdat de constructies mogelijk schade hadden opgelopen tijdens oorlogshandelingen, is uit veiligheid gekozen voor een eigen fundering.
Die uitleg riep direct vragen op bij de aanwezigen. Volgens hen bevinden de opgegraven pijlers zich juist in een deel van de voormalige spoordijk dat al in 1916 werd vervangen. Daardoor zouden deze pijlers nooit blootgesteld zijn geweest aan oorlogsschade.
Vragen over archeologische waarden
Ook de omgang met archeologisch erfgoed kwam aan bod. De aanwezigen vroegen of bij de werkzaamheden rekening is gehouden met het Verdrag van Valletta, dat voorschrijft dat archeologische waarden zoveel mogelijk behouden moeten blijven.
Volgens de toelichting van de overheid hebben de pijlers zelf geen archeologische status; die geldt uitsluitend voor de spoorbruggen. De aanwezige erfgoedorganisaties zetten daar vraagtekens bij. Zij wijzen erop dat de fundamenten na ongeveer 140 jaar nog grotendeels intact zijn en vinden dat vooraf archeologisch onderzoek op zijn plaats was geweest.
Tijdens de rondleiding werd bovendien benadrukt dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor de voortgang van het project. Volgens de aanwezigen zou de verantwoordelijke wethouder nieuwe inzichten of ontdekkingen die van belang zijn voor het project moeten voorleggen aan de gemeenteraad.
Hoop op aanpassing van de plannen
Binnen de heemkundekringen en de Federatie Behoudt de Langstraatspoorbruggen leeft vooral onbegrip over het feit dat naar schatting 40 procent van de opgegraven pijlers wordt afgebroken om plaats te maken voor een afzonderlijke fundering. Volgens hen leidt dit tot aanzienlijk meer bouwwerkzaamheden dan wanneer de bestaande pijlers zouden worden hersteld en hergebruikt.
De organisaties wijzen er daarnaast op dat de fietsbrug volgens hen uitsluitend wordt aangelegd als compensatie voor de aanleg van nieuwe wegen in de Baardwijkse Overlaat en geen zelfstandige verkeersfunctie heeft.
Volgens de erfgoedorganisaties wijst de gekozen aanpak op een onvoldoende voorbereiding, waarbij vooraf onvoldoende onderzoek is gedaan naar de omvang en de kwaliteit van de historische pijlers die onder de spoordijk verborgen lagen.
Ondanks de kritiek hopen de betrokken organisaties dat de plannen voor de nog op te graven tien pijlers alsnog worden aangepast, zodat een groter deel van het historische erfgoed behouden kan blijven.
Dit artikel is gebaseerd op een gezamenlijke verklaring van Wim Hartman, Gerard van Esch van de Stichting Federatie Behoudt de Langstraatspoorbruggen en Jan van Gils van Heemschut Noord-Brabant. De visie van de gemeente Heusden en de aannemerscombinatie is hierin niet opgenomen.
