In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog moesten de vestingbewoners Heusden verplicht verlaten. Daar Heusden veel vestingboerderijen had mochten enkele boeren blijven om voor het vee te zorgen. Kees van Bladel koestert zijn herinneringen aan het wonen op de boerderij aan de Putterstraat.

Door Hans van den Eeden

Heusden vesting kende tot voor kort veel vestingboerderijen. Het is een restant van het verleden. Zo was men bij een belegering selfsupporting. Door de Stichting Lyra ligt de geschiedenis van deze boerderijen letterlijk op straat. Het spraakmakendste boerenbedrijf in Heusden lag tot de jaren zestig in de Putterstraat 29,31,33. Wie via de openbare doorgang naar de Zustersteeg loopt ziet met enige fantasie een stadsboerderij. De oudere generatie ‘echte Heusdenaren’ koesteren warme herinneringen aan Kees van Bladel, Annie Van Bladel-Verhoeven en grootvader Antoon van Bladel.

Eigenaar van deze boerderij tussen 1931 en de beginjaren zeventig was vader Toon van Bladel. Naast een veehoudersbedrijf handelde Van Bladel in aardappelen. In de kruidenierswinkel, die door zijn vrouw Sjaan werd gerund, werd onder andere melk verkocht. Op deze locatie woonde vroeger al Driek van Diem, de moeder van de vader van Van Bladel, die eind 1800 ook al beesten hield. Aan de achterzijde van het woonhuis, Putterstraat 29, was een stal met plaats voor 14 roodbonte melkkoeien. Verder had Van Bladel nog een paard. In de Zustersteeg kocht Van Bladel in 1956 vier krotten voor een bedrag van totaal negenhonderd gulden. Daarin vonden de kalveren, pinken en vaarzen gastvrij onderdak. Om het vee te voeren werden door zoon Antoon van Bladel met paard en wagen huis aan huis schillen opgehaald.

Oorlogsjaren

Zoon Kees van Bladel weet, dat het er thuis weliswaar hartelijk en gezellig toeging, maar dat het ook vaak behelpen was. “Tijdens de oorlogsjaren sliepen we als kind op het stro in de paarden- en koeienstal. Ook veel Heusdenaren vonden in de oorlogsjaren bij ons onderdak. Het was er lekker warm en veilig. De pakken stro hielden de granaten tegen. Tijdens de oorlogsjaren was er dankzij de vele boeren veel voedsel in de vesting. Niemand leed er honger”.

De gehele bevolking van Heusden moest tussen november 1944 en april 1945 verplicht Heusden verlaten. Dat gold voor veel steden en dorpen. Ze werden naar omliggende dorpen en abdij Mariënkroon in Nieuwkuijk geëvacueerd. Enkele boeren mochten in Heusden achterblijven. “Wie het meeste vee had was de gelukkige. Omdat boer Toon ook een groot aantal kippen als vee opgaf, mocht hij in Heusden blijven. Ook zijn enkele boeren, zoals Thijs Biesheuvel, Bertus en Janus Kuijpers, in de vesting achtergebleven. Dit om voor het vee, ook van collega’s in Heusden, te zorgen.”

Gezien de enorme hoeveelheid lege flessen wijn, die na afloop van de oorlog werden ontdekt moeten de Heusdense boeren goed voor zichzelf hebben gezorgd. Toen de militaire situatie te heftig werd, is al het vee uit Heusden naar de omliggende dorpen geëvacueerd.

In de boerenstal in de Putterstraat werd in 1959 het huwelijksfeest van Kees en Annie nog enthousiast gevierd. Maar een boerderij met vee en stankoverlast was ook aanleiding tot discussie in Heusden. Zo was er regelmatig discussie over milieu overlast in de vesting. “Ik begrijp best, dat een boerderij midden in een stadje niet ideaal is. Ik woonde hier vanaf mijn trouwen. Waar zou ik anders heen moeten”, aldus vader Toon van Bladel in een interview in december 1961 in het Nieuwsblad van het Land van Heusden en Altena. De boerderij van Van Bladel in hartje Heusden werd met de dag meer omstreden.

Eau de cologne

Zoon van Bladel wist met zijn humeur en een kwinkslag veel voor elkaar te krijgen. Dit werd versterkt, doordat hij als lid van de Heusdense gemeenteraad voor de K.V.P. ook op politiek niveau zijn invloed kon aanwenden. Door de overlast van een stinkende mesthoop klaagden drie buren bij de gemeente Heusden. Van Bladel wees erop, dat er altijd al een mestvaalt was geweest, maar gaf toe, dat de geur geen eau de cologne verspreidde. De boerderij is inmiddels gesloten en de woningen zijn eigentijds opgeknapt. Maar wie zijn ogen dichtknijpt ademt nog de sfeer – en mogelijk de geur- van het boeren verleden. Een verleden met veel spraakmakende anekdotes.