Bakkers
In het begin van de oorlog wordt er door de gemeente Vlijmen een opgave gedaan van het aantal bakkers in de gemeente Vlijmen. De lijst bevat maar liefst de namen van 30 bakkers in Vlijmen, Nieuwkuijk en Haarsteeg.
Blindganger
De prior van Marienkroon schrijft begin 1945 naar de burgemeester van Vlijmen. Hij bericht dat in de tuin van Marienkroon nog steeds 2 niet ontplofte granaten, zogenaamde blindgangers, liggen. Hij verzoekt die zo spoedig mogelijk te laten opruimen.
Verraden aan de Duitse bezetter?
De Duitsers waren in de eerste jaren na de oorlog niet erg geliefd. Regelmatig werd er gezegd “Eerst mijn fiets terug!”, en hiermee werd dan verwezen naar de vele fietsen die in de oorlog van ’40-’45 in beslag waren genomen door de Duitsers.
De auto’s die de Nederlanders begin 1940 bezaten waren eveneens niet veilig. Al snel moest iedere gemeente aan de bezetter een opgave doen van de auto’s die men in zijn bezit had. Daarna werden al vlug auto’s in beslag genomen. Men kreeg weliswaar daar een vergoeding voor, maar het vervoer/transport-middel was men kwijt. Uiteraard waren er mensen die probeerden de in beslagname te saboteren. In Vlijmen was dit eveneens het geval. Maar, mogelijk door verraad, mislukte onderstaande poging.
De NSB-burgemeester van Vlijmen, Jacob, komt, vergezeld met de wachtmeester van de Marechaussee V.d. Lugt, behorende tot de post Nieuwkuijk, in april 1943 naar het perceel Meliestraat A 107 (nu huisnr. 54) te Vlijmen. Volgens de familie Van de Ven werden in het begin van de Tweede wereldoorlog door de Duitsers woonhuizen gevorderd, waaronder het 2e huis van de familie Van de Ven (zij bezaten een twee-onder-een-kap woning) in de Voorstraat, op de hoek Voorstraat-Karrestraat. De woning op de hoek bewoonde de familie zelf, en de woning ernaast, die gevorderd werd, verhuurden zij. Deze woning werd gevorderd ten behoeve van burgemeester Jacob. Het pand wordt voor een deel bewoond door Gerardus Everardus Maria van de Ven (Gérard). De familie Van de Ven bezit de koekfabriek ’de Hoop’ gelegen op de hoek van de Burg. Van de Venstraat. Nu staat er het appartementencomplex ’Passepartout’.
De burgemeester en de wachtmeester treffen de vrouw van Van de Ven thuis. Op de vraag van Jacob, of de vrouw in het bezit is van een auto, luidt het antwoord ontkennend. V.d. Lugt gaat naar de terzijde gelegen schuur en meldt bij terugkomst dat daar een auto gestald staat. De auto, een vierwielige wagen, van het merk ’Skoda’, die uit de schuur te voorschijn komt, is eigendom van voornoemde Van de Ven en is heel weinig gebruikt.
Enkele dagen later komen drie Duits sprekende personen, in SD-uniform in gezelschap van burgemeester Jacob, de auto opeisen. Van de Ven, die nu zelf thuis is, wil een ’Bescheinigung’ hiervoor in de plaats ontvangen. Na enig heen en weer gepraat stelt Jacob voor dat hij een ’vorderingsbewijjs’ zal uitschrijven en verstrekken, waarmee Van de Ven instemt. De auto wordt mee genomen. Het getypte vorderingsbewijs wordt, ondertekend door Jacob, enige dagen daarna door gemeentebode Rozen bij de woning van Van de Ven afgegeven. Sinds de bevrijding wordt het document echter vermist. Hij heeft geprobeerd bij de secretarie-ambtenaar Van Halder een duplicaat te krijgen, wat niet is gelukt.
Skoda cabriolet
De ’Skoda’, een luxe uitvoering, was een Cabriolet, een zogenaamde ’vier onder de kap’ en had een waarde van hfl. 2.200,-- (Navraag bij de Skodaclub Nederland heeft geen bruikbare informatie opgeleverd over het uiterlijk van deze auto). De auto was, even voor de capitulatie in 1940, gekocht voor de prijs van hfl. 3.500,--, van een persoon die, volgens het nummerbord, woonachtig was in Zuid Holland. De ’Skoda’ had op het moment van de vordering nog een nummerplaat met het Provinciaal kenteken H. Van de Ven heeft nooit een uitkering, in verband met deze vordering, ontvangen
Na de in beslagname heeft Van de Ven nog zeer dikwijls zijn auto in de gemeente Vlijmen gezien, en wel steeds voor de woning van Bernard van Engelen in de Meliestraat. De auto stond daar dan in de oorspronkelijke kleur (dus geen Wehrmachtskleur Feldgrau). Ofwel de ausgestellenleiter Rὕthe zelf, ofwel zijn adjudant Samel, beiden geregelde bezoekers bij Van Engelen, had die auto in gebruik.
Getuigen zijn de toenmalige omwonenden, namelijk de fietsenmaker H. de Vaan en gezinsleden, wonende te Vlijmen, Meliestraat A 107, (hoofdbewoner van het door van de Ven ondergehuurde gedeelte van de woning), de caféhouder Van Vugt, momenteel (1947) zaak houdende in de noodwinkel ’Hoop in de toekomst’. Verder naast Van de Ven en echtgenote, een arbeider van de koekfabriek, een zekere Johannes Kivits, wonende te Vlijmen. Mommersteeg H 78. Op het tijdstip van de vordering door burgemeester Jacobs en Van de Lugt, was hij aan het werk in de tuin van Van de Ven en had het voorval op enige afstand gezien, maar het gesprek dat op enige afstand werd gevoerd, niet kunnen horen. De gebroeders Schoonen, garagehouders, wonende te Vlijmen Wolput D 10c, verklaren dat Van de Ven de betreffende auto inderdaad in zijn bezit heeft gehad en wel in een welhaast gloednieuwe staat. Van de Ven weet dat hij de auto te duur heeft ingekocht, maar in die tijd werd geen enkele wagen voor de normale prijs verkocht. Hij beschouwde het als zijn plicht de auto te laten onderduiken, maar dat lukte niet, waarschijnlijk door verraad van, de nu (1947) nog gedetineerde C Pulles, eveneens garagehouder.
Van de Ven probeert op basis van bovenstaande gegevens, uit het politierapport van 29 september 1947, alsnog een schadevergoeding te krijgen. (Bij een reguliere invordering ontving men een schadevergoeding voor de ingevorderde auto). Het is niet meer te achterhalen of dit alsnog gelukt is.
Bert Meijs
bmeijs@planet.nl
