Valse aangifte
Wegens een vermoedelijke mishandeling, die plaats zou hebben gehad op 7 mei 1943 te Nieuwkuijk, stellen de marechaussees Van der Lugt, postcommandant en Verhoeven, veldwachter, een onderzoek in.
Cornelia Wilhelmina van Buul, 79 jaar, wonende te Nieuwkuijk no. 163, verklaart het volgende:
”Ik woon alleen in de boerderij en ik was op de gewone tijd naar bed gegaan. In het begin van de nacht werd ik wakker en zag dat het licht in de woonkamer brandde. Als ik overeind wil gaan zitten krijg ik een hevige slag tegen mijn hoofd. Ik dacht dat er een bom ontplofte. Ik kreeg weer een klap midden op mijn hoofd, ik kroop toen onder de dekens en kreeg weer enkele klappen. Terwijl ik de klappen kreeg riep ik om hulp, en hield mijn linkerhand ter bescherming op mijn hoofd. Ook op die hand werd met de hamer geslagen. Ik denk dat enkele personen bij mij zijn binnengekomen en omdat ze dachten dat ik ze zou herkennen, hebben ze mij willen doden. Maar ik heb ze niet gezien omdat ik onder de dekens ben gekropen. De volgende morgen ben ik mijn buren gaan waarschuwen. Ik heb twee gaten in mijn hoofd en mis uit mijn woning een half pond boter, enkele lakens en een flanellen hemd. Ik denk dat mijn zoon en mijn schoonzoon de aanslag hebben gepleegd.”
Dr. Akkermans werd direct daarna ontboden. Die verklaart dat Cornelia aan de linkerkant van haar hoofd, twee vleeswonden heeft, aan de linkerhand zijn geen kwetsuren. Het is hem bekend dat Cornelia een zeer eigenaardige persoonlijkheid is.
De beide politiemannen verklaren dat Cornelia al verschillende keren aangifte heeft gedaan van baldadigheid en diefstal, soms met braak. Telkens bleek dat het niet waar was. Verder is het hun bekend dat ze niet in het bezit is van al haar verstandelijke vermogens en dat ze een zeer lastig karakter heeft. Ze leeft al jaren gescheiden van haar man en heeft het waanidee dat haar familieleden haar steeds vervolgen en benadelen. Door hen is een onderzoek ingesteld en er zijn geen sporen van braak gevonden. Door bemiddeling van hen is ze overgebracht en opgenomen in het Liefdesgesticht van de Zusters te Vlijmen, daar is ze overleden op 17-12-1943
Vuurtje stoken
Op 6 april 1943 wordt een proces verbaal opgemaakt door de wachtmeester Steenland van de Marechaussee.
Jan Boelen, arbeider verklaart: ”Gisteravond 6 april 1943 was ik in de fabriek van mijn werkgever Mommersteeg. Toen ik in westelijke richting naar buiten keek zag ik dat er brand was, en ik dacht; dat is het bos van Mommersteeg, mijn werkgever. Op de fiets ben ik gaan kijken en zag dat het ’Heike’, gelegen onder Vlijmen, met daarop eikenschaarhout en 8 hectare groot, over een groot gedeelte brandde. Daar was ook mijn vader Antonius Boelen, die bezig was de brand te blussen. Omstreeks 20.00 uur was de brand gedoofd. Van Lambertus van Son, wonende Vlijmen D92 (Heidijk), hoorde ik dat de brand was aangestoken door een zoon van Jan Wilgers, wonende te Nieuwkuijk, toen hij daar met andere kinderen aan het spelen was.”
Er is een halve hectare 5 jarig en ca. 5 hectare 3 en 4 jarig eikenschaarhout verbrand. Het 5 jarig schaarhout is enkele weken geleden geschat op ƒ 109,00.
Ook hout van de gemeente Vlijmen is gedeeltelijk verbrand. Het hout is nu voor de verkoop in waarde verminderd.
Henri Mommersteeg, de directeur van Mommersteeg verklaart dat de schade wordt geschat op ƒ 500,00, en dat hij deze schade graag vergoed zag.
Lambertus van Son verklaart dat op die dag een zoon van molenaar Rombouts uit Nieuwkuijk komt zeggen dat er brand is in het bos van Mommersteeg. Hij is direct begonnen met blussen en met hulp van anderen is dat om 20.00 uur gelukt.
André Rombouts, 11 jaar verklaart: ”Ik was met Leo Schuurmans, Ad Schuurmans, Tonny Burghouts, Theo en Huub Verheijen en nog enkele andere jongens, allen uit Nieuwkuijk, aan het spelen vlakbij het bosje van Mommersteeg, gelegen onder bij de dijk. Wij gingen daar in een kuil soldaatje spelen. In de kuil lag dood gras en riet. Lee Schuurmans stak dit aan met een lucifer. Nadat het was opgebrand werd het door ons gedoofd. Toen ik bij het doven omkeek zag ik dat het bosje van Mommersteeg in brand stond. Wij hebben met zijn allen geprobeerd de brand te blussen, maar die werd steeds heviger. Ik ben toen mensen die aan de andere kant van de dijk woonden gaan waarschuwen, en ben daarna met de andere jongens naar huis gegaan. Ik heb niet gezien dat Wilgers de brand in de sloot heeft gesticht.”
De andere jongens worden ook gehoord en vertellen nagenoeg het zelfde verhaal. Leo Schuurmans vertelt nog dat hij aan Arnold Wilgers lucifers heeft gegeven en hij zag dat Arnold de slootkant, grenzend aan de bosjes, aanstak, die direct hevig begon te branden. Ze hebben nog geprobeerd de brand te blussen maar dat lukte niet, door de hevige wind sloeg de brand over op de bosjes.
Arnold Wilgers verklaart dat hij de kant van de sloot, gelegen tegen het eikenbosje, in brand had gestoken. Met andere jongens hebben ze, met schoppen zand, geprobeerd de brand te blussen. Ze zijn toen andere mensen gaan waarschuwen en zijn toen naar huis gegaan.
Joannes Kuijs, opzichter van de landerijen van de gem. Vlijmen verklaart: Er is ca. 1,64 hectare van de 4 hectare verbrand. Het eikenhout is nu nog te gebruiken als musterd. De schade is ƒ 100-
Jan Wilgers, tuinder uit Nieuwkuijk verklaart dat hij gehoord heeft van zijn zoon wat er is gebeurd en hij is genegen een deel van de schade te vergoeden. Hij zal zich met de getroffenen in verbindeng stellen.
Bert Meijs
bmeijs@planet.nl
