In de cel

Op 6 juni 1941 schrijft burgemeester G. v.d. Ven, waarschijnlijk na klachten over de politie, een brief aan de officier van justitie:

Op zaterdag 24 mei 1941 kreeg de burgemeester telefonisch bericht dat ‘s middags een verdachte genaamd Van Beurden zou worden voorgeleid. De chef-veldwachter heeft toen de stukken voor de in verzekeringstelling opgesteld. Staten van inlichtingen ingevuld, voor geboorte-extracten gezorgd etc. Na een verhoor van Van Beurden door de burgemeester is hij in arrest gesteld in het gemeentehuis.

Toen een of twee dagen later gevraagd werd om voor een plaats te zorgen voor de in beslag genomen petroleum, heeft de chef-veldwachter geaarzeld een plaats aan te wijzen, omdat het gebouw waar de olie momenteel in opslag ligt, voor de Duitse militairen beschikbaar moet blijven. Daarom is een kamer in dit gebouw beschikbaar gesteld, omdat er geen andere plaats beschikbaar was.

Van de chef-veldwachter en de gemeenteveldwachter Obbens hoorde de burgemeester, dat de crisiscontroleurs en marechaussee Van der Lugt zich tijdens het onderzoek enige malen op het politiebureau ongemanierd en onopgevoed hebben gedragen.

Terwijl de chef-veldwachter een ogenblik naar een andere kamer liep, zat bij terugkomst een van de controleurs voor de typemachine en vroeg “Waar is je carbonpapier”. Van der Lugt stormde het bureau binnen, terwijl Obbens op het bureau was, liep van het ene lokaal naar het andere, greep naar de telefoon, en gedroeg zich ongemanierd.

De chef-veldwachter M. van der Sanden, verklaart: Op zaterdag 24 mei 1941 ben ik ’s avonds, om ongeveer 9 uur, naar de cel geweest om te kijken of alles in orde was met Van Beurden. De gemeentebode stond bij het luikje van de cel. Er was nog een andere man, een knecht van Van Beurden, die naar het geopende luikje liep.’ Van der Sanden zei tegen hem: “Wat doe je hier?’’ Hij zei: ”Ik wou Van Beurden spreken over werk.” Van der Sanden zei tegen de bode: “Wat hebben de crisisheren tegen je gezegd?” De bode: “Ik mag er niemand bij laten”. Van der Sanden zei tegen de knecht: “Vooruit jochie, je mag er niet mee praten”. De knecht vroeg toen of hij mocht vragen wat er met de auto moest gebeuren. Van der Sanden heeft dat toen aan Van Beurden gevraagd, terwijl de knecht op 2 meter afstand van de cel stond. Van Beurden zei toen dat de auto klaargemaakt moest worden, en doe er dit en dat aan.

Inmiddels riep Van der Sanden tegen de bode, hij stond toen op 3 meter van de celdeur, dat hij een leesboek en een stoel moest brengen. De bode bracht een boek en zei: “Heb jij geen stoel?”. Van der Sanden gaf Van Beurden het boek, sloot het luikje en zei tegen de knecht dat hij moest weggaan. De knecht vertrok en Van der Sanden is even later weggegaan en heeft een stoel gehaald. Toen hij hiermee bij de cel terugkwam was er niemand meer aanwezig. Op zondag heeft Van der Sanden om 3 uur gevraagd aan Van Beurden of er een van de heren was geweest, en of hij gelucht was. Van Beurden zei nee, en toen heeft hij hem zelf een half uur binnenshuis gelucht.

Werkoverleg

Op maandag heeft Van der Sanden om 10 uur veldwachter Verhoeven opdracht gegeven Van Beurden te luchten. Rond die tijd wilde een knecht Van Beurden spreken. Na overleg met de burgemeester mocht de knecht onder toezicht met hem spreken. De knecht is toen naar Verhoeven gebracht met de mededeling dat hij onder toezicht met Van Beurden mocht spreken. Van der Sanden is daarna vertrokken.

Verhoeven verklaarde: ’Van Beurden vroeg aan mij of hij een knecht mocht spreken over werk dat klaar moest zijn. Verhoeven kwam ’s avonds een knecht tegen, genaamd Van der Lee, en vroeg hem: “Wil je even bij Van Beurden komen. Meld je maar bij de bode, dan zal je er wel even bij mogen.” Op maandag zei de chef-veldwachter tegen mij (Verhoeven) dat ik Van Beurden even moest luchten. Ik liet hem uit de cel om hem in de gelegenheid te stellen zich in een ander lokaal te wassen. Even later kon hij boterhammen eten in de kamer van de bode. Even later kwam de chef-veldwachter en zei dat ik iemand onder toezicht met Van Beurden kon laten praten. De man had een cilinder bij zich en had op een divan gezeten, op ca. 1 meter afstand van Van Beurden. Ikzelf zat aan de andere kant van de tafel. Ze hebben ca. 5 minuten met elkaar gesproken. Ik ben daarbij geweest en weet zeker dat er alleen maar over werkzaamheden is gesproken. Tijdens het luchten is niemand anders aanwezig geweest. Als de vrouw van de gemeentebode iets anders verklaart vergist zij zich.’

De burgemeester vervolgt: ’De cellen zijn onder het gemeentehuis aangebracht, daar waar de gemeentebode woont. Van der Sanden acht het niet onmogelijk dat de knecht ’s avonds of ’s nachts met Van Beurden heeft gesproken via de buitenzijde van het gemeentehuis, terwijl Van Beurden in de cel zat. De gemeentepolitie heeft het laatste halfjaar Van Beurden 3x bekeurd, en daarom denkt hij dat er geen kwade trouw in het spel is van zijn eigen mensen. Van der Sanden en Verhoeven staan bekend als betrouwbaar en plichtsgetrouw.’ De burgemeester heeft hen desondanks gewaarschuwd om er voor zorgen dat er geen klachten meer komen over arrestanten.

Bert Meijs

bmeijs@planet.nl