Inventarisatie Militair Gezag

Om de gevolgen van de oorlog historisch vast te leggen wordt er een inventarisatie gemaakt door het Militair Gezag. De vragenlijst van de gemeente Vlijmen leverde het volgende resultaat op:

Aantal inwoners voordat de oorlog begon: 7.684.

Personen gedood t.g.v. oorlogsgeweld: 55 (vlgs de lijst oorlogsslachtoffers gemeente Vlijmen geplaatst in het oorlogsmonument Catharinastraat 78).

Personen ernstig gewond: 27

Personen licht gewond: 300

Aantal huizen, boerderijen: 1.460

Hiervan totaal verwoest: 87, zeer ernstig beschadigd, niet te herstellen 77, ernstig beschadigd, nog te herstellen: 89, licht beschadigd: 527

Aantal kerken: 4, hiervan totaal verwoest: 1, ernstig beschadigd, nog te herstellen: 2, licht beschadigd: 1

Totaal aantal vee voor het oorlogsgeweld? Waarvan vermist, gedood of verbrand:

1. Rundvee: 2.101 148

2. Varkens: 696 81

3. Paarden: 465 86

4.Schapen: 82 6

5 Geiten: 301 11

6 Kippen: 1.681 57

Werd de bevolking geëvacueerd en waarheen: Neen

Nam uw gemeente geëvacueerde op van welke gemeente en voor hoelang:

Berlicum 300 periode 13 okt. t/m 10 nov. 1944

’s Hertogenbosch 600 29 okt. t/m 5 nov. 1944

Engelen 400 8 nov. t/m 6 mei 1945

Heusden 650 28 dec. t/m 6 mei 1945

Zijn er in uw gemeente V1-s gevallen en hoeveel en in welk tijdvak: Ja, periode 21 dec. 1944 t/m 4 mrt. 1945

Hoeveel doden 29 Hoeveel gewonden 250 gewonden (aantal V1-s niet vermeld)

Lag uw gemeente na de bevrijding nog onder vijandelijk granaatvuur: Ja

Over welk tijdvak: 5 nov. 1944 t/m 5 mei 1945

Aantal doden: 1 aantal gewonden: 2

Hoeveel z.g. onderduikers, bij benadering het aantal opgeven: ca. 100

Zijn er kerk- en kloosterklokken geroofd: Ja aantal 8 stuks

Hoeveel waren daaronder van historische waarde: geen

Van korte duur

Op 25 september 1945 legt Hella Hintze, geb. te Hannover op 25 mrt. 1926, de volgende verklaring af voor Martinus van der Sanden, opperwachtmeester van de Marechaussee:

”In 1943 maakte ik in Hannover kennis met Leonardus Wolfs, die daar werkte. Op 18 mei 1945 ben ik, na toestemming van de Amerikaanse bezetter, met hem gehuwd. Op 15 juni 1945 ben ik met mijn man naar Nederland gekomen, en we hebben ons gevestigd in Winterswijk, daarna in Den Bosch en daarna in Nieuwkuijk, Kavreinsestraat 10. Ik ben 7 dagen bij de ouders van mijn man geweest. Mijn man en zijn moeder Geertruida van Schijndel wilden mij toen niet langer in de woning hebben. Ik ben met mijn kleren buiten gezet en ik ben met een passerende auto naar Den Bosch vertrokken. Daar heb ik mij bij de politieke recherche gemeld. Na bemiddeling door het evacuatie-bureau te Vlijmen ben ik in Niftrik, bij particulieren ondergebracht.”

De opperwachtmeester verklaart dat Hella op 25 september, door bemiddeling van het evacuatie-bureau, wordt overgegeven aan de Repatrieringsdienst die voor transport naar Hannover zal zorgen.

Tel uit je winst

Klompenmaker Cornelis Aloysius Coppens, geb. 20 oktober 1889 te Nieuwkuijk, wordt betrapt op het overtreden van ’het prijsvoorschrift 1943 klompen’. Hij heeft in de maanden september tot en met november 1943 klompen verkocht van verschillende maten en kinderklompen voor respectievelijk ƒ 4,00 en ƒ 1,85 per paar. De maximumprijs voor de duurste soort klompen, geschuurd, bedraagt ƒ1,60 per paar, daarom heeft betrokkene het prijsvoorschrift overtreden.

De veroordeelde moet een geldboete van maar liefst ƒ 500,- betalen.

Wraakactie

Cornelis Adrianus van Oijen, geb. 11 juni 1921, monteur en ongehuwd, verklaart het violgnde:

”Op 25 augustus 1946, omstreeks 22.30 uur ben ik in Café Pijnenborgh te Vlijmen. Op een bepaald moment ga ik naar de dansvloer, die achter het café is gelegen, om met een zeker De Laat te spreken, die ik in de buurt van de dansvloer zag staan. Als ik met De Laat sta te praten komt er een zekere P. Breuls met zijn vrouw langs mij heen dansen. Hij zei toen iets tegen mij, maar ik kon niet verstaan wat hij zei. Als ik later met een zeker van Eijk sta te praten, passeert Breuls mij weer, en die zei: “Je moet eens mee naar buiten komen”, daarbij zijn vuist opstekend. Ik zei toen tegen hem: “Dat kan hier ook wel”. Vervolgens sloeg hij in mijn richting, maar omdat ik bukte en direct mijn vuist vooruit stak, raakte ik hem zo, dat hij op de dansvloer viel. Verschillende personen kwamen bij ons, waardoor er aan weerszijden klappen vielen. Toen Breuls naar mij sloeg, hield zijn vrouw hem tegen. Verder is er niets bijzonders meer voorgevallen. Ik vermoed dat Breuls, omdat hij door de O.D. te Vlijmen, waar ik ook lid van was, kort na de bevrijding was opgehaald op last van de O.D. van den Bosch (De Ordedienst (OD) was in Nederland tijdens de 2e WO een belangrijke illegale organisatie). Hij is dezelfde dag naar Den Bosch gebracht. Hij zocht nu ruzie met mij, om zich zo op mij te wreken.”

Johannes Pijnenborgh, caféhouder verklaart: ”Ik ben de eigenaar en exploitant van het café genaamd ’de Toonkunst’. Op 25 augustus zijn er verschillende keren onregelmatigheden in mijn café geweest. Bij een daarvan waren Van Oijen en Breuls betrokken. Maar wat er zich precies heeft afgespeeld weet ik niet, omdat ik voor in het café was en zij op de dansvloer waren.”

Petrus Breuls, geb. 20 okt. 1919 te Maastricht, chauffeur, gehuwd met de Vlijmense Johanna van Helvoort en wonende te Rotterdam, verklaart:

”Ik kreeg het op 25 augustus aan de stok met de mij bekende C. van Oijen, die vlak bij de dansvloer stond. Wij raakten slaags, maar omdat mijn vrouw mij tegenhield, heb ik Van Oijen helemaal niet geraakt. Terwijl ik op de dansvloer lag, ben ik door verschillende personen geslagen. Wie het waren weet ik niet. De verhouding tussen Van Oijen en mij is sinds de bevrijding altijd gespannen geweest, omdat hij mij altijd staat uit te lachen als hij mij tegenkomt. Ook heeft hij een keer op straat, toen hij mij tegenkwam, zijn hand omhoog gehouden en ’Heil Hitler’ tegen mij gezegd. Toen ik op de dansvloer stond heeft hij weer zo hatelijk tegen mij staan lachen. Kort na de bevrijding heeft het O.D. van Vlijmen mij opgehaald en naar de O.D. in Den Bosch gebracht. Die hebben mij 9 dagen vastgehouden en mij daarna weer vrij gelaten, omdat ik mij tijdens de bezetting niet had misdragen. Ik ben ook niet geïnterneerd geweest en ook niet in aanraking met het Tribunaal o.i.d. in aanraking geweest.”

Bert Meijs

bmeijs@planet.nl