In Heusden ligt de geschiedenis letterlijk op straat of in de kerk. Dat geldt in ieder geval voor de grafzerken in en rondom de Hervormde Catharijnekerk. Vrijdagavond nam Hans Wellner zijn toehoorders tijdens een boeiende lezing in het Gouverneurshuis mee naar ‘de stenen van vergankelijkheid’.

Door Hans van den Eeden

Aanleiding van en aanvullend op de lezing van Heusdenaar Hans Wellner was de expositie ‘Memento Mori!’ in het museum. Deze titel verwijst naar het adagium ‘Gedenk te sterven!’. Ondersteund met fraai beeldmateriaal deed Hans Wellner verslag van zijn onderzoek naar de grafzerken in en rond de Catharijnekerk. Hierbij ging hij niet over een nacht ijs. In de coronaperiode inventariseerde hij gedegen de grote variatie aan grafstenen en monumenten in de kerk. Hiervoor raadpleegde hij verschillende archieven. Hierbij was het Begraafregister van de kerk: ‘Kerkgraven der stad Heusden (1736)’ van belang. Ook een artikel van Beelaerts van Blokland uit 1899 in het tijdschrift De Nederlandse Leeuw bracht hem op het goede spoor. Hij vertelde, dat niet alle historische gegevens met zijn eigen waarneming correspondeerden.

Zo bleek, dat sommige mensen ‘elders’ waren herbegraven. Ook sommige stenen hadden elders in de kerk een andere plaats gekregen. Veel zerken waren niet volledig en soms was de tekst afgebroken. Ook waren restanten ‘elders’ op een andere locatie te vinden. Tijdens de lezing vertelde Wellner, dat het onmogelijk is om een volledige reconstructie van de graven te maken.

Uitdaging

Ondanks deze handicap was het voor Hans Wellner een uitdaging om de puzzel binnen de beperkingen op te lossen. Hij vermoedt, dat de verwoesting van de kerk op 4 en 5 november 1944 grote invloed op sommige graven heeft gehad. Bij de herbouw van de kerk zijn mogelijk enkele zerken verlegd. Daardoor is het mogelijk, dat ‘iemand anders’ onder een zerk ligt begraven. Met humor en relativering vertelde Wellner, dat er voor het begraven in of buiten de kerk verschillend betaald moest worden. Kerkgangers van de betere stand kregen en kochten een groter graf. Ook waren er familiegraven en een alleenstaande vrouw had een ‘eigen graf’.

Eigenwaan

‘Hoc monumentum vivens posuit’ ofwel ‘ dit plaatste hij tijdens zijn leven’ staat er te lezen bij een bijzonder grafmonument. Al tijdens zijn leven liet Johan Baron van Friesheim (1642-1733) een praalgraf voor zichzelf bouwen. Op zelfverzekerde en uitdagende wijze presenteert hij zichzelf voor het nageslacht. Duidelijk niet gekweld door eigenwaan liet hij hiervoor een deel van het koor dicht metselen. Een zwart-witte grafsteen in de vloer van de kerk verwijst naar de grafkelder waar hij ligt begraven. Van Friesheim, die in het nabij gelegen Gouverneurshuis woonde, was militair gouverneur van de vesting.

Tijdens de lezing werd boeiende informatie gedeeld. Zo vaardigde Napoleon in 1804 een verbod uit, dat er niet meer in de kerk begaven mocht worden. Dat zou pas onder Koning Willem I in 1828 vorm krijgen. Uit onderzoek blijkt, dat de gemiddelde leeftijd in deze periode laag was. Mannen werden in 1809 gemiddeld 39 en vrouwen 42 jaar oud. Dat kwam door de hoge kindersterfte. Uit onderzoek blijkt ook, dat deze kerk aan verschillende kerkgenootschappen heeft toebehoord. Van calvinisten en katholieken tot hervormden Zo verwijst de ‘Mariaklok’ naar de katholieke periode. Deze gegoten bronzen luidklok werd in 1956 bij graafwerkzaamheden diep onder de vloer in de Hervormde kerk aangetroffen. Waarschijnlijk werd ze daar rond 1578 tijdens godsdienst perikelen ‘begraven.’

Wijwater-gootje

In Heusden hielden de calvinisten hun godsdienstoefeningen in de katholieke kerk. Een jaar later vernielden zij de Heilige beelden. De rooms-katholieken zouden enkele kostbaarheden in veiligheid hebben gebracht, waaronder de ‘Mariaklok’. De klok staat nu in het koor van de kerk opgesteld. Dat wil zeggen, dat in en buiten de kerk mensen van verschillende gezindten zijn begraven. Het ‘wijwatergootje’ aan de achterzijde van de kerk bij de graven herinnert nog aan de katholieke periode. Immers: ‘Gods water over Gods akkers’.

Regelmatig is Huub Penn, overbuurman van de kerk in de weer om de tuin en de buitengraven te onderhouden. Na de lezing werden twee achttiende eeuwse houten doodsbaren afkomstig uit de dorpskerk van Heesbeen bekeken. Tijdens een bezoek aan de Catharijnekerk kan de bezoeker letterlijk op een graf stil staan bij de ‘eindigheid van het leven’.