Voor Toos Trimbos (1940) is Buurthuis De Schakel in Oudheusden haar ‘tweede huis’. Bijna alle dagen van de week steekt ze als supervrijwilliger de handen uit de mouwen. In de sfeer van ‘moeder van Oudheusden’ is ze er vanaf 1977 actief. Er is veel waardering voor haar inzet.
Door Hans van den Eeden
Oudheusden en Toos Trimbos zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met bevlogenheid is ze actief rond tal van activiteiten in Buurthuis De schakel. “Ik ben in Heusden geboren. Met plezier denk ik terug aan hoe ik samen met vier broers in de intieme vesting als jong meisje opgroeide. Als aanloop naar de stadhuisramp van 4 op 5 november 1944 bestond er onzekerheid over de veiligheid van de schuilplaats onder het stadhuis. Daarom schuilden wi in de kelder van de Hervormde pastorie”. Met emotie vertelt Toos, dat de stadhuisramp diep in haar geheugen is gegrift en ze er nog vaak aan moet terugdenken. Zo herinnert ze zich nog goed de berging van de slachtoffers van de ramp. Omdat katholieke echtparen de trouwring links en de hervormden rechts droegen werd die kennis bij de selectie gebruikt. Jarenlang was Toos betrokken bij de herdenking van de Stadhuisramp. Dit zowel in de kerk als bij het monument voor het voormalige stadhuis.
Oudheusden
“Ik herinner me als 4-jarige nog als de dag van gisteren, dat de slachtoffers per kruiwagen werden vervoerd.” De enorme klap van de instorting van het stadhuis en het leed vormde de basis om andere mensen te helpen. Vaak moet ze hier nog aan terugdenken. En dat is altijd zo gebleven. Toos vertelt, dat veel nabestaanden van de ramp zijn overleden. In 1973 verhuisde ze naar Oudheusden. Het vrijwilligerswerk heeft haar altijd veel voldoening gegeven. Zo werd ze actief in zorgcentrum St. Antonius, waar ze de senioren ondersteunde. Toos herinnert zich nog goed, dat buurthuis De Schakel op een binnenterrein in de vesting stond. De stalenconstructie werd in de jaren zestig met een kraan opgepakt en in Oudheusden herbouwd. De eerste bewoners van Oudheusden herinneren zich nog het zwembadje, dat achter het gebouw werd gerealiseerd. Ook werden een periode in De Schakel en later in de Romeroschool Rooms-Katholieke kerkdiensten gehouden. Als betrokken vrijwilliger is zij vanaf de jaren zeventig betrokken bij de organisatie van een groot aantal activiteiten. Voorbeelden zijn van filmactiviteiten, kinderspelen, Carnaval tot de Schakeldag.
Hart en nieren
Toos is het toonbeeld van een vrijwilliger in hart en nieren. Voor veel mensen is De Schakel een plaats voor ontmoeting, een kopje koffie drinken en een praatje. “Duidelijk is dat De Schakel in een belangrijke behoefte voorziet en in Oudheusden niet meer is weg te denken.” In het buurthuis worden al jaren tal van activiteiten, zoals bewegen voor ouderen en bijeenkomsten voor allochtone vrouwen gehouden. Tevens wordt er gebiljart, gesjoeld en gekaart. Verder zijn mensen in de sfeer van ‘welkom aan tafel’ van harte welkom. Met name alleenstaande mensen maken van de mogelijkheid gebruik. Om alles in goede banen te leiden is Toos samen met andere medewerkers gedreven in touw. In en vanuit de keuken zorgt ze ervoor, dat de bezoekers niets tekort komen.
Multicultureel
Zo wordt een wekelijkse lunch door meer dan 40 mensen bezocht. Ook bij de carnavalsmiddag voor senioren komen mensen door de gedrevenheid van onder andere Toos niets te kort. De waardering voor haar inzet voor Oudheusden is groot. Dit werd in 2008 bevestigd toen zij tot haar verrassing een Koninklijke onderscheiding kreeg. Ook denkt ze met plezier terug aan een bezoek aan het stadhuis van Den Bosch in 2001 met prins Willem Alexander en prinses Maxima. Toos heeft ook Oudheusden van een wijk met een relatie tot de vesting naar een multiculturele wijk zien veranderen. Ook is er veel nieuwbouw gekomen, zoals het Castellum, verwijzende naar het vroegere kasteel van Oudheusden. Voor haar is het meer dan jammer, dat Buurt Bestuurt door gebrek aan een nieuwe voorzitter kwetsbaar is. Ze koestert de contacten met haar kinderen en kleinkinderen. Omdat haar man is overleden zijn de weekenden eenzaam en vaak confronterend. “Dan ga ik naar mijn broer Piet in de vesting. Daar kennen ze me niet als Trimbos, maar als Goorden”, grapt ze.
