In deze rubriek staan markante inwoners van onze gemeente stil bij hun verleden, praten ze hardop over het heden en mijmeren zij over de toekomst. Dit keer Hub Keulers (1950) uit Heusden die graag een hengeltje uitgooit en gepassioneerd is voor het zogeheten vliegvissen.
Doore Henk Poelakker
Verleden
In het historische centrum van de Vesting Heusden woont en werkt de geboren Limburger Hub. Velen zullen hem herkennen aan zijn bijzondere snor, anderen van snoepwinkel d’n Langen Lick die alweer enkele jaren geleden gesloten werd. Hub is gek van het vliegvissen. Bij die vorm van vissen werpt de visser, vaak staand in het water, onophoudelijk het aas het water in. Dat aas wordt door Hub zelf gemaakt en bestaat uit veertjes en haartjes die dusdanig gebonden zijn dat het op een echt vliegje lijkt.
Zo’n vijftig jaar geleden kwam Hub, samen met zijn vrouw in Heusden terecht. Hij was beroepsmilitair en zwaaide als sergeant majoor af toen hij 52 jaar was. “Van oorsprong was ik mijnbouwkundig vakman maar door de sluiting van de mijnen ben ik bij Defensie gekomen. Toen we in Heusden neerstreken, was de restauratie nog in volle gang. Heusden, centraal gelegen in ons land, trok ons zeer aan. We werden verblijd met zoon Jos en na een tijdje namen we het snoepwinkeltje van Rens Foort over. Mijn vrouw verkocht kwaliteitsdrop en ik leerde mijn soldaten dat wachten in het leger meestal de oplossing is voor menig probleem. Jammer genoeg verdween met het sluiten van de plaatselijke muloschool de reuring uit ons stadje. Die mulojeugd liet zich onze drop en zoetwaren goed smaken Ook nam in die tijd de supermarkt geruisloos de loop naar de slager, sigarenwinkel enz. over. Minder mensen op de been betekende minder omzet. Gelukkig was daar de toerist die de winkeltjes en galerieën bleef bezoeken. Persoonlijk denk ik dat een stadscamping zoals we die o.a. in Zutphen kennen, voor meer bedrijvigheid kan zorgen.”
Hub vertelt dat hij al jong door zijn prepensioen van de een op de andere dag thuis kwam te zitten. “Gelukkig waren mijn vrouw en ik een goed team en blies ik mijn vishobby die ik al van mijn vierde levensjaar kende, nieuw leven in. Behalve dat, verruilden we de snoepwinkel voor outdoor kleding: stoere laarzen voor de hondenbezitter, waxjassen voor de boswachter, warme truien voor de jager enz.”
Heden
Hub neemt ons mee naar zijn werkplaats waar hij vliegen, bijen, mieren en talrijke andere insecten namaakt voor het vissen. “Ik ben dol op het open water zoals we dat hier op de Bergsche Maas vinden. Vissen is al heel lang mijn hobby maar dan niet aan de waterkant zitten en uren naar een dobber zitten kijken. Vliegvissen is mijn passie. De lijn ingooien, ophalen en weer ingooien en dat eindeloos lang, dat is voor mij rustgevend. Een hele middag steeds maar het aas in en uitgooien geeft me een ontspannen gevoel. Vissen in een forellenvijver waar je de een na de andere vis uit het water hengelt, is aan mij niet besteed. Ik noem dat een vissenbordeel. Vliegvissen vind ik het leukste en ik mag na 30 jaar vissen over mezelf zeggen dat ik die techniek aardig onder de knie heb. Jammer genoeg bestaan er nogal wat vooroordelen over het vliegvissen. Je zou dat in ons land niet goed kunnen doen (=onzin), het zou hartstikke duur zijn (=dat bepaal jezelf), het zou moeilijk zijn (=waar, maar al doende leert men) en het zou slechts weggelegd zijn voor de elite (=je reinste flauwekul). Helaas is mijn vrouw twaalf jaar geleden overleden. Zij was ooit een van de eerste personen die in Nederland een open hartoperatie heeft ondergaan. Mijn zoon en schoondochter runnen thans de kledingwinkel. Ik ben veel te vinden in mijn viswerkplaats (naast de winkel) waar ik kan genieten van het maken van bijvoorbeeld vliegende mieren voor het vliegvissen.” Hub laat talloze boeken en tijdschriften zien die bijna allemaal gaan over hoe je meer kans maakt om een visje te vangen. Hub: “Het is vooral een kwestie van observeren. Welke diertjes zijn op dit moment, in dit jaargetijde het meest in en boven het water als prooi voor de vis te vinden. Vissen is mijn passie geworden. Dat hier mensen komen om te leren hoe je een namaak vliegje kunt maken, vind ik erg leuk en gezellig. Het ontmoeten van mensen, op de stoel zitten van een leermeester, dat alles is voor mij een uitdaging.”
Toekomst
Natuurlijk ziet ook Hub dat de wereld op meerdere plaatsen in brand staat. Toch blijft hij als het over de toekomst gaat, liever dicht bij zichzelf. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. “Zorgen zijn er bij mij over water en specifiek over drinkwater. Ook krijg ik hoofdpijn als ik zie hoe we omgaan met de natuur. Waar zijn de wilde bloemen gebleven? Waar zijn de insecten en de vlinders? Hoe is het mogelijk dat we kiezen voor weilanden waar slechts één soort gras groeit? Waarom moeten onze stadswallen er gemillimeterd als een biljartlaken bijliggen? Beseffen we dan niet dat wij mensen niet zonder vliegjes, bijen en muggen kunnen? Ooit zagen we op de Heusdense stadsmuren muurleeuwenbekjes, een prachtig bloempje dat rigoureus bestreden is. Zo jammer en zo onnodig. In zijn algemeenheid zie ik dat we in ons land meer gericht zijn op het afmaaien van bermen en slootkanten dan op behoud van de diversiteit. Geen insecten staat voor mij gelijk met de wereld sterft uit. Ons oppervlaktewater maar ook het grondwater bevat steeds meer stoffen die via de mens daarin terecht komen, o.a. medicijnresten. Wist je dat onderzoek laat zien dat steeds meer vissen niet meer duidelijk mannelijk of vrouwelijk zijn? Oorzaak: vervuild water. Wie vraagt zich af of het niet zonde is om schoon drinkwater te gebruiken om het toilet meerdere keren per dag door te spoelen? Kunnen we regenwater vasthouden om onze tuin mee te besproeien? De hoogste tijd dat zowel waterbeheerders als watergebruikers anders gaan denken en anders gaan handelen.”
