Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw bracht een provinciaal ambtenaar meerdere bezoeken aan de gemeente Heusden. Zijn verslagen geven een uniek inkijkje in het dagelijkse bestuur, de sociale omstandigheden en de lokale ontwikkelingen. Hieronder een terugblik op deze opmerkelijke observaties.

Door Bert Meijs

Eerste indrukken (1899)

Op 5 mei 1899 arriveerde de ambtenaar in Heusden, waar hij op het Raadhuis burgemeester en wethouders en de gemeentesecretaris aantrof. Na korte gesprekken verleende hij audiëntie aan de kantonrechter Van Daalen Wetters en een behoeftige vrouw, mevrouw Westhoff.

Daarna volgde een rondgang langs de nieuwe haven, een rijksproject dat de gemeente volgens hem nog aanzienlijke kosten zou bezorgen voordat deze werkelijk bruikbaar zou zijn. Ook bezocht hij de openbare school. Het nieuwe schoolhoofd, sinds september 1898 in functie en benoemd tegen de zin van burgemeester Honcoop, gaf naar tevredenheid les. Toch was de ambtenaar verbaasd over de gebrekkige kennis in de hoogste klassen, wat volgens hem wees op een periode van verwaarlozing.

Na een glas port bij de burgemeester keerde hij terug naar ’s-Hertogenbosch, tevreden over de uitstekende administraties van secretaris en ontvanger.

Heusden. (kath Illustratie)

Heusden. (kath Illustratie)

Stagnatie en spanningen (1903)

Vier jaar later, op 29 mei 1903, bleek de bevolkingsgroei in Heusden te stagneren. B en W schreven dit toe aan het vertrek van arbeiders die zich tijdens de Maasmondverlegging in de gemeente hadden gevestigd.

Opvallende cijfers passeerden de revue: 20 procent gedwongen huwelijken en 2 procent onwettige geboorten. Politieke partijen waren er volgens het bestuur nauwelijks; meestal hoefde men bij periodieke aftreding niet eens te stemmen.

Intussen zorgde de verkoop van gronden, ooit geschonken door Johanna, Hertogin van Brabant, aan een schuttersgilde voor grote verdeeldheid. Een discussie tussen wethouder Verhoeven en burgemeester Honcoop maakte vooral duidelijk hoe sterk religieuze tegenstellingen meespeelden. Honcoop maakte daarbij geen gunstige indruk.

Ook de volksgezondheid baarde zorgen: het drinkwater was slecht, en men overwoog een boring van 50 meter à 400 gulden.

Toch was er ook optimisme. De openstelling van de nieuwe Maasmond zou volgens het bestuur aanzienlijke voordelen brengen, niet alleen voor de haven maar ook voor de polders langs de rivier. Het Rijk had de gemeente bovendien op vele manieren geholpen, wat men op 30.000 à 40.000 gulden waardeerde.

De godshuizen vervulden een belangrijke sociale rol. Zij betaalden artsen, vroedvrouw en medicamenten, en ondersteunden ouderen en armen. Feitelijk fungeerden zij als algemeen armbestuur. Armoede kende men in Heusden nauwelijks. Schoolverzuim was inmiddels vrijwel verdwenen.

Nieuwe initiatieven en oude problemen (1907)

Op 29 april 1907 volgde een nieuw bezoek. De ambtenaar ontving verschillende inwoners, onder wie notaris-kandidaat Beuningh en gemeentepersoneel, dat slechts zijn opwachting kwam maken. Ook een slager-herbergier vroeg om overdracht van de vergunning van zijn vader.

Dr. Alma, voorzitter van de gezondheidscommissie, meldde dat zijn commissie eindelijk meer invloed begon te krijgen, maar dat belangrijke problemen bleven bestaan. Het drinkwater in de Werken en in Baardwijk was volgens hem ronduit slecht, terwijl beide gemeenten niet wilden meewerken aan verplicht gebruik van waterleidingwater.

Een verzoek om provinciale subsidie voor een particuliere tekenschool werd naar verwachting afgewezen; de provincie ondersteunde uitsluitend gemeentelijke instellingen.

Ondertussen gloorde economisch perspectief: men hoopte op de komst van een scheepswerf en een nieuwe fabriek had reeds grond gekocht voor 800 gulden. Toch had Heusden nog weinig geprofiteerd van de Maasmondverlegging, zelfs de tram sloot nog niet aan op de tramhaven.

De riolering was wel verbeterd dankzij de overkluizing van de Demert, waardoor de riolen met Maaswater konden worden doorgespoeld. Drinkwater bleef een probleem: een tweede putboring in 1906 had na 96 voet geen bruikbaar water opgeleverd.

Burgemeester Honcoop.

Burgemeester Honcoop.

Een luxueus ontvangst en een omstreden erfenis (1910)

Bij zijn bezoek op 23 april 1910 werd de ambtenaar door burgemeester Honcoop ontvangen voor een uitgebreid en luxe dejeuner. Het gevolg was dat hij ruim een uur te laat op het Raadhuis arriveerde, waar wethouders en burgers geduldig—maar begrijpelijk ontstemd—op hem wachtten.

Op het Raadhuis viel de rijke collectie van het oude Sint-Jorisgilde op. Na langdurige interne spanningen was dit gilde opgeheven en waren de bezittingen verdeeld. Volgens geruchten bedroeg de waarde rond de 60.000 gulden. Wethouder Verhoeven had zijn deel aan de deken van Heusden geschonken, terwijl anderen—onder wie burgemeester Honcoop—hun aandeel in eigen zak staken.

Deze verslagen schetsen een levendig beeld van een gemeenschap in verandering: een gemeente die zich staande probeert te houden tussen traditie en modernisering, tussen religieuze spanningen en nieuwe economische kansen, en tussen bestuurlijke zorgen en sociale vooruitgang.